| Spookverlaat || Broedvogels | Waarnemingen | Vogelkijkhut Amalia | Ooievaarsnest | Planten | Kaart | Waarneming.nl | ||
| Spookverlaat » Broedvogels || 1995- || 2001 » 2002 » 2003 » 2004 » 2005 » 2006 » 2007 » 2008 » 2009 » 2010 » 2011 » 2012 » 2013 » 2014 » 2015 » 2016 » 2017 » 2018 » 2019 » 2020 » 2021 » 2022 » 2023 » 2024 | ||
| Start » Waarnemingen » Spookverlaat » Broedvogels 2025 |
Spookverlaat Broedvogels 2025Voor de 31ste keer hebben wij broedvogelsoorten geteld. Ooit gestart in het in februari 1995 en nu, in 2025, schrijven we de 31ste achtereenvolgende(!) keer |
RondesIn 2025 hebben we 13 rondes gemaakt, ochtend, avond en nachtrondes. Nieuw in 2025
Records in 2025
Laagte "records" in 2025
Het overzicht van alle broedgevallen sinds 1995 staat op een aparte pagina. |
BroedvogelsoortenEr ware 535 geldige territoria van 58 vogelsoorten. Duidelijk minder territoria dan de vorig 5 jaren. In 2022 en 2023 waren er circa 700 territoria |
||||||||||||||||||||||||||||
Ontwikkelingen in het gebied: SBB kaptNog voordat de winterperiode 2024/2025 zich aandiende bereikte ons een gerucht. SBB zou plannen hebben om langs de Papevaart (vanaf het lang geleden aangelegde ruime tegelpad vanaf het hek, richting het Spookverlaat) het pad nog verder doorlopend zou gaan aanleggen. Verder vernam ik daarover niets. Bij de start van het broedseizoen werd ik wel direct flink wijzer, wat meteen schrikken was! Verreweg het grootste deel van boskavel 4, noordelijk van boerderij Koot, naast de Papevaart, was verdwenen! Helemaal gekapt en afgevoerd voor de verkoop. Verder was het gebied totaal niet afgeruimd; het was vergelijkbaar met de situatie in het 'Driehoeksbos" naast de N11, zo'n dikke twintig jaar geleden: Eecht te gevaarlijk om later er daar nog doorheen te lopen. Langs de lager gelegen binnenliggende sloot tussen de kavels 4 en 3 kon nog wel wat worden gelopen, maar het daarvoor nog aardig vogelrijke boskavel 4 bestond grotendeels niet meer. In de voorafgaande dertig jaar hebben meerdere Rode-Lijst-vogelsoorten er jarenlang met succes gebroed:
Nu is er alleen kavel 3 nog een smal stuk bos. De kavels 1 en 2 werden einde winter 2019/2020 al voor verkoop "onthoofd" op enkele bomen na en vormen nu een totaal anders begroeid gebied met minder avifauna dan daarvóór. Het verlies van vogelsoorten/ territoria/uitgevlogen jongen daar hakt er wel weer in. Temeer omdat er elders nog meerdere plekken "boomloos" zijn geworden zoals aan het begin van het Oostvaartpad. |
||||||||||||||||||||||||||||||
VogelsoortenHierna volgen enkele verhandelingen rond de afwegingen van broedgevallen, bijvoorbeeld in overleg met Sovon. Ter lering en vermaak.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
Roerdomp2 Territoria of 1?
Deze drie waarnemingen waren genoeg: een geldige vestiging op de laatst genoemde plek!
Het gesprek met Sovon ging vlot, we waren het al zowat meteen eens: 2 territoria lag niet voor de hand, 1 is genoeg.
|
BosrietzangerWaardoor zijn er duidelijk minder territoria (5) dan de vorige vier jaar?
Met nog wat eerdere jaren erbij gezocht was de bezetting jaarlijks (behalve 2006: 10) altijd met minder geldige vestigingen. Deze soort gebruikt als leefgebied een vochtige ondergrond begroeid met vooral lage en niet te dichte vegetatie, met een minderheid aan rietgroei en soms afgewisseld met wat hogere struiken. Nu is in de jaren vlak voor de eeuwwisseling en ook kort daarna nog aanvullend, in het gebied veel hout gekapt (alle essen!). Dichte hoger opgaande struikgewassen (vooral brandnetels en bramen) zijn zoveel mogelijk geruimd. Er kwam dus toen (tijdelijk!) ruimte en geschiktheid voor nieuwe begroeiingsaanwas. Het duurt dus even, voordat de Bosrietzanger een aantal plekken geschikt vindt om zich er te vestigen en er nageslacht verwekt. Zulke vestigingen worden meest niet lang benut om er te nestelen, broeden en jongen te voeden. Na ongeveer een jaar of drie, vier is de begroeiing dan alweer te hoog en te dicht en wordt zodanig, dat het er als vestigingsplaats ongeschikter wordt. Als ik de soort- kaarten 2021 t/m 2025 "Bosrietzanger" bekijk, kom ik rondom de Amaliahut vijf keer een wat geclusterde bezetting tegen en aan het einde van het Spookverlaat langs de zuidrand van de weg in de laatste kavels driemaal een wat kleinere. Tweemaal was de west- en zuidrand van het toegangspas naar de boerderij Koot (kavels 1 en 2 vanaf de Spookverlaatweg) aardig goed bezet. Over de rest van de Bosrietzangerlocaties heb ik in de jaren 2021/'22 geen echte territoriaconcentraties aangetroffen. Het totaalplaatje ervan laat zien, dat de jaren 2021/'24 de beste clusters vertonen. De bodem(-bedekking) was toen op een aantal plekken voor de soort het meest geschikt, de groeivoortzetting daar is de teruggangsoorzaak in 2025. |
Kleine karekietWat is de reden van de duidelijk minder goede bezetting van de deze soort?Soms kunnen de aantallen van deze rietvogelsoort in een gebied flink verschillen. Dit was ook in het voorjaar van 2025 het geval. Deze keer lag de oorzaak bij bepaalde weersomstandigheden tijdens de zangvogeltrektijd vanuit Afrika, wat weleens meer gebeurt. (Zang-) vogels overwinteren o.a. rond het Middellandse Zeegebied, maar ook in Noordwest-Afrika, West-, Centraal- en Oostelijk-Afrika (inclusief het enorm grote Sahelgebied aldaar), Midden-Afrika en ook zelfs in Zuidelijk-Afrika. Door o.a. daar geweldig grote trekafstanden heen en weer naar Europa is er natuurlijk een vaak onderling duidelijk verschil in trektijd bij verschillende soorten en ook individuen. Rust- en foerageerpauzes, oversteek Sahararegio, tegenvallers onderweg (o.a. jacht, het weer) en ook in Europa nog meer voedsel-/rust-stops. Daarna arriveren de vogels in hun (soms/meestal ook al bekende) broedgebieden. Maar het weer werkt niet altijd mee, maar ook weleens tegen. Waarnemers in Nederlan ontdekten in vooral de eerste aprilhelft 2025, dat meerdere zangvogelsoorten soms 10 of zelf 14 dagen eerder arriveerden op hun broedplaatsen dan gewoonlijk. "Vroegelingen" komt men bijna altijd wel tegen, maar niet in zulke aantallen als toen. Het bleek, dat er redelijk vlak voor de daadwerkelijke aankomsttijd een stevige en nogal langdurige ZW-wind actief was. Geluksvogels maakten daarvan gretig gebruik, want met rugwind: hoe eerder present op de broedplaats, des te minder concurrentie daar is: dan zijn de beste plekken voor de eerstkomende! Maar: de wind komt nu eenmaal niet altijd (lang) uit dezelfde richting, dus deze draaide daarna: richting NO-O. Met als gevolg dat later startende trekvogels te maken kregen met een behoorlijke tegenwind. Reacties: rust, extra foerageren en "wachten". Nadat de wind weer beter trekvogelweer aanbood, trokken de "laatkomers" verder noordwaarts. Omdat de tijd meer en meer begon te dringen, stopten meerderen van hen denkelijk eerder om op andere geschikte en beschikbaar lijkende locaties hun territoria te vestigen. Mogelijk arriveerden daardoor minder "late" broedvogels (in dit geval Kleine Karekieten) op nog verderaf liggende, vroegere nestelplekken in bijv. ons "eigen doelgebied"; alleen is het onbekend, of er via de tweede "aankomstgolf"(?) nog aanvulling in het Spookverlaat/ Kruiskadegebied bijkwam. In elk geval: de uiteindelijke bezetting was in 2025 minder talrijk dan gewoonlijk. Ook ligt het voor de hand, dat bij andere soorten het bovenstaande zich ook zou hebben kunnen voorgedaan. Gewoonlijk late "starters" (zoals bijvoorbeeld Wielewaal, Bosrietzanger en Sportvogel), zullen er geen of minder last van hebben ondervonden. |
||||||||||||||||||||||||||||
IJvogelHoeveel territoria?Aan de zuidoever van de Amaliaplas was herhaaldelijk op dezelfde plaats een wakende IJsvogel ontdekt. Maar wat later werd op nog geen 100 m oostwaarts daarvan herhaaldelijk en nooit tegelijk met een soortgenoot er westelijk van, ook meermalen een wakende IJsvogel waargenomen. De tijden van de waarnemingen en de locaties ervan waren nooit op dezelfde data (en ook als het ware beurtelings). Echte holeningangen waren door de vegetatie erom- of overheen niet zichtbaar en voederingen werden niet opgemerkt. Uit de literatuur bleek, dat het niet echt ongewoon is om op korte afstand (minder dan 100 m van elkaar) twee bezette broedplaatsen van deze soort te constateren. Verstoring is er door ons team niet geweest (de plekken zijn ook niet makkelijk bereikbaar). Tijdens mijn gesprek met Sovon heeft deze bevestigd dat dergelijke situaties meer voorkomen. Dus: 2. |
Groene SpechtOorspronkelijk waren er 2 territoria ingevoerd, waarom heb ik het bij 1 gehouden?
Het leek mij daarom echt onwaarschijnlijk, dat er in 2025 hier sprake was van 2 territoria. Daarom heb ik het op 1 territorium gehouden. |
KoekoekDubbeltelling?Dubbetelling kan omdat er soms met twee teams is gewerkt, enkele waarnemingen qua onderlinge afstand en ook in onderling in tijdverschil verschilden ook maar weinig. Het aantal geldige territoria van deze soort is daarom teruggebracht van 3 naar 2. Ook zijn drie geldige (mannetjes)territoria in dit niet zo grote onderzoeksgebied wel wat erg hoog. Eigenlijk wordt er vaak wel bij deze soort gewaarschuwd tegen het verschijnsel van "overtelling".
|
||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Rode lijstDe volgende Rode lijst soorten hebben gebroed:
|
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||
Meer van langer geleden?De kwantitatieve ontwikkelingen door de tijd treft u in het overzicht van alle onderzoeksjaren vanaf 1995 tot heden |
Bedankt allemaalHet 31ste achtereenvolgende jaar is gemaakt door dit team: Damian, , , en . |
ContactVoor vragen over het inventariseren van broedvogels in het Spookverlaat/ de Kruiskade kunt u zich tot richten. |