Spook­verlaat Broed­vogels 2025

Voor de 31ste keer hebben wij broedvogelsoorten geteld. Ooit gestart in het in februari 1995 en nu, in 2025, schrijven we de 31ste achter­een­volgende(!) keer

Nest Winterkoning in de Amaliakijkhut

Rondes

In 2025 hebben we 13 rondes gemaakt, ochtend, avond en nachtrondes.

Nieuw in 2025

  • Roerdomp 1

Records in 2025

  • Waterral 4
  • Steenuil 2
  • IJsvogel 2
  • Cetti's zanger 9
  • Boomkruiper 11

Laagte "records" in 2025

  • Grauwe Gans 36
  • Soepeend 3
  • Kuifeend 3
  • Turkse tortel 2
  • Merel 18
  • Bosrietzanger 5
  • Kleine karekiet 27
  • Grasmus 0
  • Vink 18
  • Rietgors 3

Het overzicht van alle broedgevallen sinds 1995 staat op een aparte pagina.

Broedvogel­soorten

Er ware 535 geldige territoria van 58 vogelsoorten. Duidelijk minder territoria dan de vorig 5 jaren.

In 2022 en 2023 waren er circa 700 territoria

De Amalaa plas, lang geleden

Ontwikkelingen in het gebied: SBB kapt

Nog voordat de winterperiode 2024/2025 zich aandiende bereikte ons een gerucht. SBB zou plannen hebben om langs de Papevaart (vanaf het  lang geleden aangelegde ruime tegelpad vanaf het hek, richting het Spookverlaat) het pad nog verder doorlopend zou gaan aanleggen. Verder vernam ik daarover niets.

Bij de start van het broedseizoen werd ik wel direct flink wijzer, wat meteen schrikken was! Verreweg het grootste deel van boskavel 4, noordelijk van boerderij Koot, naast de Papevaart, was verdwenen! Helemaal gekapt en afgevoerd voor de verkoop. Verder was het gebied totaal niet afgeruimd; het was vergelijkbaar met de situatie in het 'Driehoeksbos" naast de N11, zo'n dikke twintig jaar geleden: Eecht te gevaarlijk om later er daar nog doorheen te lopen.

Langs de lager gelegen binnenliggende sloot tussen de kavels 4 en 3 kon nog wel wat worden gelopen, maar het daarvoor nog aardig vogelrijke boskavel 4 bestond grotendeels niet meer. In de voorafgaande dertig jaar hebben meerdere Rode-Lijst-vogelsoorten er jarenlang met succes gebroed:

  • Matkop: 2003 t/m 2008, 6 jaar met 8 territoria
  • Grauwe Vliegenvanger: 2011 t/m 2025, 10 jaar met 12 territoria waarvan meermalen met nest- + vliegvlugge jongen)

Nu is er alleen kavel 3 nog een smal stuk bos. De kavels 1 en 2 werden einde winter 2019/2020 al voor verkoop "onthoofd" op enkele bomen na en vormen nu een totaal anders begroeid gebied met minder avifauna dan daarvóór. Het verlies van vogelsoorten/ territoria/uitgevlogen jongen daar hakt er wel weer in. Temeer omdat er elders nog meerdere  plekken "boomloos" zijn geworden zoals aan het begin van het Oostvaartpad.

 

Vogelsoorten

Hierna volgen enkele verhandelingen rond de afwegingen van broedgevallen, bijvoorbeeld in overleg met Sovon. Ter lering en vermaak.

Observaties
 

Roerdomp

2 Territoria of 1?
  • In de februari winter 2024 was deze soort al meermalen waargenomen op een plek in een rietkraag. Maar uiteindelijk verdwenen toen de soortdata geldig werden.
  • Zelf had ik in 2025 al wel  een vroege (18-03), maar toch geldige waarneming gedaan: een wakend exemplaar op een zelfgemaakte uitkijkpost aan de rand van een rietkraag; met direct  daarna een landing 20 meter ervandaan in het riet, om daarin meteen te verdwijnen (eerste plasje oostelijk Oostvaart). Helaas was daar toen geen vervolg meer merkbaar.
  • Later, tijdens een avondronde (01-05), zat ik even stil naast een rietveld aan de Amaliaplas (op zo'n 700 m van de Oostvaart); in het riet naast me, zacht maar wel goed duidelijk, hoorde ik opeens eenmaal een echte Roerdompman zingen. Ook nu geen vervolg.
  • Kort daarop overdag (05-05) kon vlakbij die laatste plek (nog geen 50 m oostelijker) een duidelijke foto maken van een Roerdomp (code 1, solitair en geluidloos in rietkraag staand).

Deze drie waarnemingen waren genoeg: een geldige vestiging op de laatst genoemde plek!

  • Maar op 18-05 (intussen vrij kort voor de afsluitende datumgrens) deed op ruim meer dan een kilometer oostelijker een kijker-waarneming van een Roerdomp in een rietkraag ( laatste plas op ± 100m voor de N11), iets eerder had haar al gewaarschuwd. Na wat intern overleg werd er later uiteindelijk besloten tot in totaal 2 territoria, afwachtend hoe Sovon daarop zou reageren.

Het gesprek met Sovon ging vlot, we waren het al zowat meteen eens:

2 territoria lag niet voor de hand, 1 is genoeg.

  • Het gebied is wat pure geschiktheid aangaat niet groot genoeg voor een broedgeval met genoeg voedselzekerheid met jongen erbij;
  • Zo kort voor de afsluitende soort-geldigheidsdatum nog een nieuw territorium erbij, in een al door de soort bezet en niet echt groot gebied, is te onzeker.

Bosrietzanger

Waardoor zijn er duidelijk minder territoria (5) dan de vorige vier jaar?
Territoria Bosrietzanger
Jaar Aantal territoria
2025 5
2024 16
2023 20
2022 12
2021 13
2020 9
2019 7
2018 8
2017 5
2016 3
2015 6
2014 1
2013 2

Met nog wat eerdere jaren erbij gezocht was de bezetting jaarlijks (behalve 2006: 10) altijd met minder geldige vestigingen.

Deze soort gebruikt als leefgebied een vochtige ondergrond begroeid met vooral lage en niet te dichte vegetatie, met een minderheid aan rietgroei en soms afgewisseld met wat hogere struiken. Nu is in de jaren vlak voor de eeuwwisseling en ook kort daarna nog aanvullend, in het gebied veel hout gekapt (alle essen!). Dichte hoger opgaande struikgewassen (vooral brandnetels en bramen) zijn zoveel mogelijk geruimd. Er kwam dus toen (tijdelijk!) ruimte en geschiktheid voor nieuwe begroeiingsaanwas. Het duurt dus even, voordat de Bosrietzanger een aantal plekken geschikt vindt om zich er te vestigen en er nageslacht verwekt. Zulke vestigingen worden meest niet lang benut om er te nestelen, broeden en jongen te voeden. Na ongeveer een jaar of drie, vier is de begroeiing dan alweer te hoog en te dicht en wordt zodanig, dat het er als vestigingsplaats ongeschikter wordt.

Als ik de soort- kaarten 2021 t/m 2025 "Bosrietzanger" bekijk, kom ik rondom de Amaliahut vijf keer een wat geclusterde bezetting tegen en aan het einde van het Spookverlaat langs de zuidrand van de weg in de laatste kavels driemaal een wat kleinere. Tweemaal was de west- en zuidrand van het toegangspas naar de boerderij Koot (kavels 1 en 2 vanaf de Spookverlaatweg) aardig goed bezet. Over de rest van de Bosrietzangerlocaties heb ik in de jaren 2021/'22 geen echte territoriaconcentraties aangetroffen.

Het totaalplaatje ervan laat zien, dat de jaren 2021/'24  de beste clusters vertonen. De bodem(-bedekking) was toen op een aantal plekken voor de soort het meest geschikt, de groeivoortzetting daar is de teruggangsoorzaak in 2025.

Kleine karekiet

Wat is de reden van de duidelijk minder goede bezetting van de deze soort?

Soms kunnen de aantallen van deze rietvogelsoort in een gebied flink verschillen. Dit was ook in het voorjaar van 2025 het geval. Deze keer lag de oorzaak bij bepaalde weersomstandigheden tijdens de zangvogeltrektijd vanuit Afrika, wat weleens meer gebeurt. (Zang-) vogels overwinteren o.a. rond het Middellandse Zeegebied, maar ook in Noordwest-Afrika, West-, Centraal- en Oostelijk-Afrika (inclusief het enorm grote Sahelgebied aldaar), Midden-Afrika en ook zelfs in Zuidelijk-Afrika. Door o.a. daar geweldig grote trekafstanden heen en weer naar Europa is er natuurlijk een vaak onderling duidelijk verschil in trektijd bij verschillende soorten en ook individuen. Rust- en foerageerpauzes, oversteek Sahararegio, tegenvallers onderweg (o.a. jacht, het weer) en ook in Europa nog meer voedsel-/rust-stops. Daarna arriveren de vogels in hun (soms/meestal ook al bekende) broedgebieden. Maar het weer werkt niet altijd mee, maar ook weleens tegen.

Waarnemers in Nederlan ontdekten in vooral de eerste aprilhelft 2025, dat meerdere zangvogelsoorten soms 10 of zelf 14 dagen eerder arriveerden op hun broedplaatsen dan gewoonlijk. "Vroegelingen" komt men bijna altijd wel tegen, maar niet in zulke aantallen als toen. Het bleek, dat er redelijk vlak voor de daadwerkelijke aankomsttijd een stevige en nogal langdurige ZW-wind actief was. Geluksvogels maakten daarvan gretig gebruik, want met rugwind: hoe eerder present op de broedplaats, des te minder concurrentie daar is: dan zijn de beste plekken voor de eerstkomende! Maar: de wind komt nu eenmaal niet altijd (lang) uit dezelfde richting, dus deze draaide daarna: richting NO-O. Met als gevolg dat later startende trekvogels te maken kregen met een behoorlijke tegenwind. Reacties:   rust, extra foerageren en "wachten". Nadat de wind weer beter trekvogelweer aanbood, trokken de "laatkomers" verder noordwaarts. Omdat de tijd meer en meer begon te dringen, stopten meerderen van hen denkelijk eerder om op andere geschikte en beschikbaar lijkende locaties hun territoria te vestigen. Mogelijk arriveerden daardoor minder "late" broedvogels (in dit geval Kleine Karekieten) op nog verderaf  liggende, vroegere nestelplekken in bijv. ons "eigen doelgebied"; alleen is het onbekend, of er via de tweede "aankomstgolf"(?) nog aanvulling in het Spookverlaat/ Kruiskadegebied bijkwam. In elk geval: de uiteindelijke bezetting was in 2025 minder talrijk dan gewoonlijk.

Ook ligt het voor de hand, dat bij andere soorten het bovenstaande zich ook zou hebben kunnen voorgedaan.

Gewoonlijk late "starters" (zoals bijvoorbeeld Wielewaal, Bosrietzanger en Sportvogel), zullen er geen of minder last van hebben ondervonden.

IJvogel

Hoeveel territoria?

Aan de zuidoever van de Amaliaplas was herhaaldelijk op dezelfde plaats een wakende IJsvogel ontdekt. Maar wat later werd op nog geen 100 m oostwaarts daarvan herhaaldelijk en nooit tegelijk met een soortgenoot er westelijk van, ook meermalen een wakende IJsvogel waargenomen. De tijden van de waarnemingen en de locaties ervan waren nooit op dezelfde data (en ook als het ware beurtelings). Echte holeningangen waren door de vegetatie erom- of overheen niet zichtbaar en voederingen werden niet opgemerkt. Uit de literatuur bleek, dat het niet echt ongewoon is om op korte afstand (minder dan 100 m van elkaar) twee bezette broedplaatsen van deze soort te constateren. Verstoring is er door ons team niet geweest (de plekken zijn ook niet makkelijk bereikbaar).

Tijdens mijn gesprek met Sovon heeft deze bevestigd dat dergelijke situaties meer voorkomen. Dus: 2.

Groene Specht

Oorspronkelijk waren er 2 territoria ingevoerd, waarom heb ik het bij 1 gehouden?
  • Deze soort was drie keer in 2025 geldig present op dezelfde locatie en eenmaal geldig daar vlakbij.
  • Sinds 1995 zijn in het gebied in totaal slechts 2 geldige territoria geweest.
  • De gebiedsoppervlakte is wel ietwat groter dan die van het Leiderdorpse park De Houtkamp, waar jarenlang jaarlijks één territorium tot nu toe is geweest. Beide gebieden hebben gedeeltelijk wel een redelijke over- eenkomst wat groen (gras, struiken en bomen) aangaat. En het territorium aldaar was altijd anderhalf tot tweemaal zo groot als ons "eigen" gebied.

Groene Specht

Het leek mij daarom echt onwaarschijnlijk, dat er in 2025 hier sprake was van 2 territoria. Daarom heb ik het op 1 territorium gehouden.

Koekoek

Dubbeltelling?

Dubbetelling kan omdat er soms met twee teams is gewerkt, enkele waarnemingen qua onderlinge afstand en ook in onderling in tijdverschil verschilden ook maar weinig. Het aantal geldige territoria van deze soort is daarom teruggebracht van 3 naar 2. Ook zijn drie  geldige (mannetjes)territoria in dit niet zo grote onderzoeksgebied wel wat erg hoog. Eigenlijk wordt er vaak wel bij deze soort gewaarschuwd tegen het verschijnsel van "overtelling".

Bert van Eijk

Rode lijst

De volgende Rode lijst soorten hebben gebroed:

  • Roerdomp: 1
  • Koekoek: 3
  • Steenuil: 2
  • Ransuil: 1
  • Groene specht: 2
  • Spotvogel: 14
Goed luisteren

Meer van langer geleden?

De kwantitatieve ontwikkelingen door de tijd treft u in het overzicht van alle onderzoeksjaren vanaf 1995 tot heden

Bedankt allemaal

Het 31ste achtereenvolgende jaar is gemaakt door dit team: Damian, , , en .

Contact

Voor vragen over het inventariseren van broedvogels in het Spookverlaat/ de Kruiskade kunt u zich tot richten.