Voor de negende keer ging ons elite-corps van Wintertellers weer op pad de afgelopen winter. Zij kwamen thuis met 102 verschillende soorten. Eentje minder dan vorig jaar, maar met kwak, lepelaar, pijlstaart, blauwe kiekendief, boomvalk, havik, patrijs, zwarte ruiter, witgatje, steenuil, ijsvogel, (grote) gele kwikstaart, halsbandparkiet, tjiftjaf, vuurgoudhaantje, keep en witkopstaartmees doen we daar niet moeilijk over. We beleefden de zoveelste zachte winter op rij. Je moest eigenlijk wintervogels gaan tellen om het koud te krijgen. Want ook al is het 7 graden, als je een tijdje stil staat achter je telescoop vernikkel je ook bij zulke temperaturen…En helemaal als het toch eventjes vriest.

Het weer Stonden de oktobertellingen in het verleden vaak nog in het teken van de nazomer (mensen in korte broek en zingende tjiftjafs als kenmerkende waarnemingen…) dit jaar was het na een zonovergoten week met een oostelijke stroming gelijk koud. De tellers fietsten op weg naar hun telgebied langs krabbende automobilisten en troffen in de polders al veel smienten, als ook de eerste kleine zwanen en kramsvogels. De herfst kwam alsnog, en wel half november toen het rond en tijdens de telling warm en nat was. Met temperaturen tot 15 graden was november zelfs een stuk warmer dan oktober. De regen in het telweekeinde bedierf de pret behoorlijk. In december bleek echter dat het erger kon. Na een vorstige periode in de tweede week van december, waarin de poldersloten bevroren, werd het telweekend gekenmerkt door dooi, harde wind en veel, heel veel regen. Het is een wonder dat er nog zo veel telformulieren binnenkwamen. Dat het toch nóg erger kon, bleek tijdens de midwintertelling in januari. Op zaterdag kon er uitsluitend met waadpak en snorkel geteld worden. Zondag was het gelukkig beter weer. Februari begon met warmterecords, waarbij de temperaturen opliepen tot liefst 15 graden. Ook in maart was het gelukkig wel redelijk tellen, al was het voor een maarttelling ongebruikelijk koud (nachtvorst).

Meer wulpen? Negen seizoenen tellen levert natuurlijk een schat aan gegevens op, die alleen nog maar wachten om ontsloten te worden. Vorig jaar heb ik b.v. laten zien hoe de Wulp is toegenomen, en in het vorige nummer van de Braakbal konden we dankzij de wintertellingen licht werpen op de ontwikkelingen bij de ringmus. Deze keer iets meer over de aantallen roofvogels in onze polders. Daarvoor heb ik de aantallen buizerds, torenvalken en sperwers van de Rijnstreek noord en zuid per seizoen samengenomen. Van de aldus verkregen seizoentotalen zijn 3-jarig voortschrijdende gemiddelden genomen om toevallige fluctuaties uit te vlakken. Onderstaande grafiek geeft de zo berekende trend weer.

Grafiek 1: Seizoentotalen algemene roofvogels in de Rijnstreek 1995/6-2003/4

Uit de grafiek blijkt dat de buizerds de dalende aantallen torenvalken rond de eeuwwisseling hebben ingehaald. Waren er toen we begonnen met tellen dus meer torenvalken dan buizerds, inmiddels is dat andersom. Het gemiddelde aantal buizerds per telling steeg van 11 in 1995/96 naar 29 in 2003/04. De laatste jaren kunnen we daarbij rekenen op seizoensmaxima van net geen 40 stuks. Bij de Torenvalk daalde het gemiddelde aantal per telling van 25 in 1995/96 naar het dieptepunt van 13 afgelopen winter. De seizoensmaxima liggen bij de Torenvalk vrij stabiel rond de 30, met alleen afgelopen winter een uitschieter naar beneden van 18. Vergeleken met deze verschuivingen bij buizerd en torenvalk lijkt de stand van de sperwer stabiel: zo'n 3-6 sperwers bevolken onze omgeving, waarbij het seizoensmaximum nu al 5 achtereenvolgende winters op 6 ligt. .

Rijnstreek noord De Rijnstreek noord beslaat grofweg het gebied ten noorden van de Oude Rijn/Lagewaard en ten zuiden van Does en Wijde Aa, tussen Leiderdorp en Woubrugge. Het telt circa 2500 hectare, voornamelijk graslanden. Van de 48 mogelijke telformulieren kwamen er 45 binnen, een prima volledigheid dus weer van 94%. In dit gebied verschenen 3 nieuwe soorten op de telformulieren: een kleine Canadese gans (ongetwijfeld een ontsnapte tamme), een havik en een boomvalk.
Voor 8 soorten werden nieuwe topaantallen gemeld. Het betrof ooievaar (15), heilige ibis (22), knobbelzwaan (254), zwarte zwaan (4), grote Canadese gans (5), grauwe gans (39), fazant (23), en waterhoen (197). De ringmus deed het iets minder dramatisch dan vorig jaar. Uit 5 telgebieden werden in totaal 141 exemplaren gemeld. Laag scoorden dodaars, torenvalk (all-time low), wulp en kievit die met 1467 zijn laagste seizoensmaximum ooit boekte. Verschillende soorten werden afgelopen winter tijdens de tellingen helemaal niet gezien: brandgans, kleine rietgans, brilduiker, grote zaagbek, wilde zwaan, smelleken. Dit weerspiegelde de zachte winter. De patrijs ontbrak zelfs voor de derde achtereenvolgende winter. Voor de meeste overige soorten was de afgelopen winter qua aantallen gemiddeld. Details van de tellingenin Noord staan ook hier.

Rijnstreek zuid De Rijnstreek zuid beslaat grofweg het areaal tussen Weipoort en Alphen, ten zuiden van de Oude Rijn en ten noorden van Hazerswoude Dorp. Het getelde gebied meet bijna 3000 hectare. Van de maximaal 66 formulieren kwamen er hier 64 binnen, zodat ze het ten zuiden van de Oude Rijn met een volledigheid van 97% nog ietsjes beter deden dan ten noorden.
Voor 4 soorten werden voor de Rijnstreek zuid nieuwe aantalrecords gevestigd. Het betrof allereerst de knobbelzwaan, die met 320 (net als in de Rijnstreek noord) een record vestigde. Opmerkelijk, want in de provinciale nieuwsbrief van de wintervogeltellingen werd gesignaleerd dat de aantallen knobbelzwanen afgelopen winter juist laag leken. Bij ons in ieder geval niet dus. Andere toppers telden we bij de kolgans (923), de bergeend (5) en de krakeend, die met 172 stuks zijn vorige record meer dan verdubbelde. Andere soorten die het goed deden waren de grote zilverreiger, de ganzen, smient, slobeend en wulp. De patrijs werd 4 keer gemeld, met in totaal 19 exemplaren. De ringmus werd uit 3 telgebieden gemeld, met een totaal van 48 exemplaren. Er werden geen nieuwe soorten gezien. Wel waren er soorten die anders niet ongebruikelijk zijn deze keer afwezig: dodaars, roerdomp, nonnetje, waterral en smelleken. Details van de tellingen in Zuid staan ook hier.

Rest mij nog alle trouwe tellers van het hier besproken gebied in het zonnetje te zetten: , Jan de Gelder,,,,,,,,,, ,, ,en . Goed gedaan heren, en tot oktober!

Voor meer informatie over tellingen kunt u met contact opnemen.