Wat doen we op de Kruiskade?

Door de Kruiskade actief te beheren probeert de VWG de plantenvariatie zo groot mogelijk maken en zo aantrekkelijk als kan voor de vogels.

Wat is de Kruiskade?

De Kruiskade, de ruigte achter het water "Spookverlaat", is van oudsher een kerngebied van onze VWG. Niet alleen vanwege de vogels, maar ook omdat de knotgroep van onze vereniging nu al zo’n dertig jaar natuurbeheerwerkzaamheden in het gebied uitvoert. Dat gebeurt niet alleen ten behoeve van de vogels, maar ook van de natuur in het algemeen. Dus ook voor vlinders!

2026

De Kruiskade ligt ten zuiden van het Spookverlaat
 

Katjes om zonder handschoenen aan te pakken

 

Wilgenkatjes! Vanaf eind februari krijgen we ze weer te zien. En dan met je vinger even over dat zachte zilverwitte katje gaan. Daarbij laat dat bruine harde schubje aan de onderkant wel eens los. Dat harde vliesje is de knopschub die het katje beschermd heeft vanaf de prille vorming in de zomer van 2025. En die het katje ook de hele herfst en winter beschermd heeft als een goed gesloten jasje, tot het katje in februari uit dat jasje groeit.

Katje komt uit jasje Bas

De eerste katjes zien we al in februari. Bij oplopende temperaturen worden ze groter en kleuren ze van wit naar geel.

Katjes kleuren geel... Frank van Gessele

Zo'n katje is niet één bloem die geel wordt, maar bestaat uit enkele tientallen heel kleine eenvoudige bloempjes boven elkaar. Bij de Schietwilg hebben die bloempjes elk twee meeldraden die geel stuifmeel maken. Dat zijn de mannelijke bloempjes.

Maar je ziet ook katjes die niet geel, maar groenig worden, en een beetje langer. Ook die katjes hebben elk tientallen kleine eenvoudige bloempjes, maar nu met een vruchtbeginsel met een stamper erop, de vrouwelijke bloempjes.

Stamperbloempje (vr)(l) en
meeldraadbloempje (m)(r)

De stuifmeelkatjes en de stamperkatjes zitten nooit aan één wilg, maar ze zitten elk apart op  hun eigen wilg, ze hebben hun eigen 'huis'. Wilgen noemen we dan ook tweehuizig. Vandaar dat je wilgen ziet met gele katjes, en andere met groenige katjes.

Voor de bevruchting moet het stuifmeel op de stampers terechtkomen. Dat gebeurt door insecten die stuifmeel in hun haartjes vervoeren. Ze bezoeken zowel stuifmeelbloempjes als stamperbloempjes, want beide hebben honingklieren. Het zijn de eerste insecten van het jaar, zoals de hommelkoninginnen, die zichzelf voeden en een voedselvoorraad gaan aanleggen voor hun nieuw te stichten kolonie. Ook de wind zorgt voor transport van stuifmeel.

Na de bevruchting beginnen de zaadjes zich te ontwikkelen in het vruchtbeginsel. De vruchtbeginsels worden dan zichtbaar dikker, en die stamperkatjes dus langer.

De langer doorgroeiende stamperkatjes

De zaadjes rijpen, de vruchtbeginsels heten nu vruchtjes. Als de vruchtjes na enige tijd rijp en bruin zijn, gaan ze krullend open en keren ze zo hun inhoud naar buiten. Dan komen de zaadjes vrij, met veel pluis aan elk zaadje. De kleine zaadjes met al dat pluis eraan kunnen nu door de wind de heel ver meegenomen worden.

Rijpe stamperkatjes

Komen de zaadjes op een plek die voldoende vochtig en open is, en met voldoende voedingsstoffen, dan kan het wilgenverhaal zich opnieuw laten zien: ontkiemen, groeien, bloeien, zaadjes met pluis maken, verspreiden.

Foto's

Met dank voor het belangeloos mogen gebruiken via waarneming.nl (zie bijschriften)

 
Spookverlaat, ingang oostzijde

Contact