El Planerón en Salto de RodànOp donderdagavond waren we al gearriveerd, we hadden daardoor een extra dag. Kees had deze “leemte” geweldig ingevuld met een bezoek aan de steppen van Belchite. Deze liggen zuidelijk van de Ebro en ± 40 km ten zuidoosten van Zaragoza, waar we langs reden (dit is de hoofdstad van Aragon en in grootte de vijfde stad van Spanje met 660.000 inwoners, agglomeratie 835.000). De rijafstand heen en weer was weliswaar ongeveer 270 km , maar het was dit toch echt wel waard. Zowel de grote ornithologische waarden als de bijzondere landschappen maakten veel en grote indruk. Zo vertoonden de geërodeerde platte heuvels/bergen aan de rand van het gebied prachtige kleurschakeringen in de tinten geel, oranje, roze, beige, lichtbruin, enz. De zandwegen varieerden in kleur van bruingeel tot bijna knalwit. Deze regio bezit (deels) een gipsbodem en bevat zoutafzettingen, wat ook duidelijk merkbaar is aan de vegetatie en daardoor ook aan de presentie van meerdere vogelspecialiteiten.                                                                                                                                                                                                     
We stopten middenin het steppereservaat “El Planerón” en kregen ruim de tijd om er al vogelend   door te  wandelen. De Kleine Kortteenleeuwerik heeft een duidelijke voorkeur voor zoutachtige habitat en dit levendige vogeltje was dan ook vaak van dichtbij prima  te bewonderen. Maar de echte doelsoort hier was de zeldzame Duponts Leeuwerik, die erg moeilijk visueel is te ontdekken. In de regel lukt dit alleen via de wat droevige maar onmiskenbare zang. De meesten moesten het dan ook met dit laatste doen, maar enkele doorzetters lukte het om de vogel ook echt te zien! Maar dit als unieke, desolate, bijna levend dode habitat te omschrijven gebied bood nog veel meer beleving: wat te denken van Kortteen- en Kalanderleeuwerik, Rode Patrijs, Duinpieper? Door meerderen is ook het Witbuikzandhoen gezien en: het enige minuscule boompje in deze troosteloze, gortdroge omgeving verschafte een Gekraagde Roodstaart  beschutting. Vorig jaar sloot ik de woeste, bijna kale, troosteloze eenzaamheid van de uit de winter ontwakende toendra’s op het Noorse Varangerschiereiland in mijn hart, nu deed ik met de tegenovergesteld blakerende Belchitesteppe hetzelfde. 

En passant biedt Belchite meer, maar je moet er oog voor hebben: de ruïnes waar we langs reden. Tijdens de Spaanse burgeroorlog werd het stadje in 1937 met de grond gelijk gemaakt, in 1964 vertrokken de laatste bewoners van het oude stadje naar het in de nabijheid nieuw gebouwde Belchite (waar we tankten). De ruïnes zijn nog steeds te bezichtigen en trekken voortdurend toeristen.  

Kees had me op de heenreis al zonder succes op het hart gedrukt: “Let dáár op Dwergarenden”. Op de terugweg lukte het dan wel: vlak voor/boven het eerste busje was het raak! Intussen waren we onderweg naar de Salto de Roldàn, een kilometer of tien noordelijk van Huesca. Deze rotsformatie bestaat uit twee enorme steenklompen van respectievelijk 1124 m (de Amman) en 1123 m (de San Miguel); kronkelend langs de afgrond bestegen we de laatstgenoemde. Boven aangekomen bleek het wandelpad buitenom langs de rand het meeste vogelaargeluk in petto te hebben: Vale Gieren zeilden beneden ons voorbij, omhoog kijkend ontdekten we een paartje Rode Rotslijsters. Een zingende Baardgrasmus verscheen en verdween telkens in de struiken, de Alpengierzwaluwen lieten zich niet zien maar er scheerden wel Rotszwaluwen druk in onze buurt. Net als elders bood ook de flora allerlei moois en waren de uitzichten weergaloos.  

Na een schitterende indrukwekkende dag dineerden we voor het laatst in Bolea, dat ons elke vroege ochtend een fijne “vogelkijk wake-up” bood. De soortenlijst was aangegroeid tot 170 (met ook de Orpheusgrasmus).

El Planerón Belchite Salto de Roldàn Salto de Roldàn