| Start » Leden » Buitenlandse reizen » 2006 Spanje - Extremadura - Dagverslagen bus 3 |
| Over Spanje - Extremadura | Dagverslagen Bus 2 | Dagverslagen Bus 3 | Waarnemingen | Diapresentatie |
Bus 3 – Dag 1 – Zaterdag 29 april 2006Vooraf veel commotie: wat een bagage zo met vier man! Gelukkig kwam er een taxibusje van taxi De Groot zodat de hele troep meekon. Vertrek om 09:30 uur en na 3x een rondje Schiphol staan we voor de gate van Iberia waar we direct een deel van de groep zien. Grote hectiek i.v.m.het grote aantal vakantiegangers. Het vliegtuig blijkt overboekt te zijn. We worden gelokt om elektronisch in te checken, maar achterdochtig blijft iedereen in de rij om in ieder geval mee te kunnen. Het blijkt allemaal goed te komen, achteraf gezien. Het vertrek van het vliegtuig is een kwartiertje later dan gepland. Net als de bollenvelden wil zien, gaat de rechtervleugel omhoog en is er geen uitzicht meer op de grond. De vlucht verloopt prima, goede zitplaatsen, maar we ‘ zitten wel op een droogje’. Gelukkig waren we gewaarschuwd en hadden we zelf genoeg eten en drinken bij ons, ook voor en: helaas bleef de servicecar steeds tussen ons in staan dus zij waren verplicht een broodje en drankje voor een vermogen te kopen. In Madrid verloopt alles geweldig tot aan de Hertz. Na ca. twee uur wachten zijn er drie busjes geregeld en dan begint het begin van een vogeldroomreis, na achteraf blijkt. De bermen bloeien: kuiflavendel, klaprozen, tamarix bloeit bijna, olijfwilg, even later de eerste wijngaarden. De temperatuur is bijzonder aangenaam t.o.v. het weer dat we in Holland tot dan genieten mochten. Op de Route A40:Madrid; A30:Madrid; A5:Badevera,Portugal,Talavera, zijn we halverwege bij benzinepomp gestopt om vogels te kijken. Tien ooievaars waren aan het thermiek vliegen: een adembenemend beeld. Verder mijn eerste waarneming van een grauwe gors. Ook zagen we bijeneters en huismussen. We rijden verder en zien de eerste palmen. Bij Oropesa zien we een prachtig kasteel. Bij Embalse de Vadecanas wordt de eerste grauwe kiekendief gespot. Na Navalmoral wordt de A5 verlaten bij bord Placensia EX-108 ( De EX-A1is nog niet klaar) Vlakbij Malpartida de Plasencia zien we de eerste ooievaarsnesten in de elektriciteitsmasten. We komen aan bij de bungalows op de camping. De huisjes zijn leuk, gezellig, een beetje behelpen. Daarna van 21.00 uur tot 24.00 uur diner. Bus 3 – Dag 2 – Zondag 30 april 2006Excursie naar St. Marta de Madagascar/ Belen/ Trujillo Rond 08:50 vertrek, linksaf, bij camping richting Trujillo EX 208. Er wordt bij vertrek gelijk gespot: vier vale gieren en een roodstuitzwaluw. Via Villa Real San Carlos, Castillo MonfraGue, langs de fameuze gierenrots. We willen de bus uit maar het mag niet van . De weg naar ons doel is nog lang en ver. belooft dat we nog terugkomen bij de gierenrots. We komen langs de Rio Tajo (de Taag) via de Santuaria Monfrague. Hier zien we huiszwaluwen en alpengierzwaluwen (20-23 cm). We zien weer zes vale gieren (te herkennen aan de brede vleugels met lange vingers, groter dan de meeste arenden en met slow motion in de vlucht), twee hoppen, een blauwe ekster en een konijn (conecho: weet dit omdat het op het menu stond…). Via Torrejon el Rubio de EX 208 vervolgen richting Trujillo, over de Rio Almonte met als zijarm, de Rio Tozo, doorrijden tot de rotonde en hier vooral opletten: niet Trujillo, niet Caceres maar linksaf richting Camine Rural (= naar later blijkt de CC 23).
Langs deze weg: veldleeuwerik, koereigers, spreeuw, ooievaar, zwarte wouw en boerenzwaluw.
Na de lunch nemen we de EX 381, de weg vervolgen via La Cumbro, rechtsaf richting Santa Marta (CC 57). Onderweg wordt gezien: griel, slangenarend, tapuit die toch niet zo blond bleek als de Belgen beweerden. Vlak voor een riviertje en brug op zijpad gestopt. Onder de brug vlogen ijsvogel, rotszwaluw, roodstuitzwaluw, huiszwaluw, boerenzwaluw; verder vrouwtje roodkopklauwier, grauwe kiekendief en blauwe rotslijster. Gehoord merel, vink, koekoek en hop. Er vloog een vlinder, de Cleopatra. We vervolgden de weg en sloegen rechtsaf CC128 en weer rechtsaf: weggetje met losse stenen en teveel kuilen, dat uiteindelijk weer moest uitkomen op de EX390. Hier het hoogtepunt van de tocht. Zeer veel interessante waarnemingen: parende scharrelaars, graszanger, dodaars en steltkluut in het plasje, vechtende grauwe kiekendieven met rode wouw en zwarte wouw, een adembenemend schouwspel! Even verderop een grote trap bij een klein meertje, tapuit; een kortteenleeuwerik en een kuifleeuwerik konden we mooi vergelijken. Bij een bruggetje zit op drie meter afstand een rode patrijs. Drie paapjes en een grauwe gors, een steenuil en een roodborsttapuit. wijst ons op de Luzerne vlinder. De hobbelweg is vreselijk en vereist veel van ’s stuurmanskunst. Ondanks alles is het duidelijk het hoogtepunt van onze tocht. Na veel gemanoeuvreer om kuilen heen, komen we op de EX 390 richting Torrejon el Rubio. Kort daarna zien we weer de brug over de Rio Almonte. Bij Torrejon el Rubionemen we de EX 208 richting Plasencia om tegen kwart voor acht het terrein van de camping weer op te rijden. We pakken uit en zitten een kwartier later aan het heerlijke koele bier met worst en nootjes. We zijn moe, maar zeer voldaan. We hebben pas een dag van de vakantie gedaan en het is al voor een week aan indrukken! En we maken indruk op anderen: Er wordt door voorbijgangers naar ons getoeterd en we worden toegeroepen: ze zien ons duidelijk als een stelletje halve zolen met petjes op vanwege de hitte en dames met afgeritste broekspijpen. Bus 3 – Dag 3 – Maandag 1 mei 2006Vandaag is ons reisdoel Cabaňas del Castillo, maar eerst rijden wij naar het meer bij Almaraz. Vanaf de camping over de ex. 208 richting Placensia, vervolgens de ex. 108 richting Navalmoral. Langs de weg zit een Purperreiger, we zien een Lepelaar. We slaan af naar Almaraz. Kort nadat we Casatejada zijn gepasseerd is er opwinding voor in de bus. Er wordt abrupt gestopt. ziet een Grijze Wouw, die wij zeker vijf minuten kunnen gadeslaan bij zijn jacht. Het is een opvallend witte, kleine roofvogel, die bij het bidden wat steiler staat dan een torenvalk. Als hij daalt is er opnieuw een opvallend verschil. De Grijze Wouw parachuut naar beneden met zijn vleugels opgeslagen in een steile V-vorm. Een prachtig gezicht. De volgende stop is bij het stuwmeer van Arrocampo. De weg loopt er deels doorheen. In het stukje links van de weg zit het meeste leven. Grote- en Kleine Karekiet, Snor, Rietzanger, Graszanger,Cetti’s Zanger, Sprinkhaanzanger, Waterral. Er vliegt een IJsvogeltje weg, een Woudaapje komt kort in beeld, twee Lachsterns vliegen over. In het riet is een Purperkoet aan het rommelen. Helemaal in beeld krijgen wij hem niet. Een plek om deze week nog eens naar terug te gaan als daar tijd voor is. Na Almaraz nemen wij een stukje snelweg richting Trujillo. Bij de afrit 219 gaan wij eraf richting Deleitosa. Hier worden wij aangehouden door de Guardia Civil.
vindt de plaats waar hij moet stoppen maar beroerd gekozen en rijdt nog enige meters door. Het wordt hem niet in dank afgenomen door oom agent, die een stukje moet lopen in de hitte en daar kennelijk niet van is gediend. Gelukkig vindt hij geen aanleiding om een bon te schrijven en mogen wij door. Vlak voor Cabañas del Castillo lunchen wij bij een beekje. Als wij weer op pad gaan zitten onze Belgische soortgenoten allemaal met hun kijkers in dezelfde richting te turen en natuurlijk moeten wij weten wat er zo interessant is. Zij zien een Blauwe Rotslijster in een boom naast de weg, die er direct vandoor gaat als wij onze nieuwsgierige Ollandse neuzen laten zien. Cabañas del Castillo is een gemoedelijk dorpje tegen de bergwand met er boven de resten van een kasteel, dat op een heel strategisch plekje stond, zo aan het begin van de bergkam. Op de terugweg naar de camping nemen wij de route door het Park van Monfragüe, langs de rivier de Tiétar en stoppen vlakbij de Portilla del Tiétar. Hier broeden Vale Gieren, de Spaanse Keizerarend en de Oehoe, dus is er altijd wel een kijker die de weg wijst. De Spaanse Keizerarend zit op het nest en lijkt een jong te voeren. De Oehoe zien wij niet, maar na enig zoekwerk wel twee pluizige jongen vlak voor de nestplaats. Er vliegt een Zwarte Ooievaar door het beeld. Dit is een punt waar je niet gauw uitgekeken raakt; schitterend zoals de Vale Gieren omlaag komen en de landing inzetten. Het is inmiddels half acht en ook wij moeten eens op huis aan. Opnieuw een fantastische dag. Bus 3 – Dag 4 – Dinsdag 2 mei 2006Vandaag is ons reisdoel Santiago del Campo. Wij vervolgen de ex. 390. Het wemelt hier van de bijeneters. Vlak voor Santiago del Campo een tweede stop. Het is meteen raak. ziet Zandhoenders door zijn scoop vliegen. Helaas is hij de enige die ze ziet. Er is hier wat begrazing door schapen, sommige gebiedjes zijn erg kaal. Wij lopen een stukje langs de weg en zien Santiago del Campo in de verte liggen. Rechts van de weg zit een Blonde Tapuit op de draad van een omheining. Een tweede komt erbij en de heren krijgen ruzie, vlak voor onze neus. In Santiago del Campo laveert secuur door de steegjes die niet echt berekend zijn op het hedendaagse verkeer. Buiten de plaats maken wij opnieuw een stop bij een verlaten schuurtje waar een Steenuiltje op zit. Er vliegt een Kleine Trap voorbij. Boven de weg naar Hinojal zien wij een Slechtvalk en een Kleine Torenvalk. Wij rijden verder over de ex. 373 richting Talavan en op een wat rommelige picnickplaats links van de weg is er tijd voor koffie.
Tot onze verrassing zit hier een broedplaats van Bijeneters. Er wordt uitgebreid gebedeld om liefde. Wij nemen ruim de tijd om dit schouwspel gade te slaan. Zo’n 4 km. voor Talavan opnieuw een stop. Links van de weg lopen wij het terrein in. Het is hier ruiger, rotsachtiger met droge, zanderige gebiedjes. In een dorre struik langs het pad zit een Klapekster. Wij lopen omhoog. Er zit een Duinpieper op het pad en even verder paren twee Kortteenleeuwerikken. Als wij teruglopen vliegen er twee Dwergarenden over die lastig gevallen worden door een Zwarte Wouw. Na Talavan volgen wij de weg richting Càceres. De weg loopt door het stuwmeertje van Talavan. Er zijn hier een aantal kijkhutten. De tweede ligt aan een zandweg, vlak bij de stuw. De zon brandt stevig en de lunch wordt dus genuttigd in de kijkhut. Op ons menu staan olijven en chorizo, de ooievaar voor ons in het water heeft kennelijk paling op het menu. Hij is aan het vissen met zijn kop onder water als een lepelaar en met succes. ziet een paling naar binnen glijden. Als we naar de ooievaarsnesten bij de stuw lopen om de Spaanse mussen beter te bekijken vliegt er een 2e of 3e jaars Steenarend over, die zo snel stijgt dat hij binnen een minuut nauwelijks meer met de kijker te zien is. Op de terugweg stoppen wij nog bij de eerste kijkhut om de Dodaars wat beter te bekijken. Er zijn hier meerdere paartjes met jongen en ook de Futen zijn hier talrijk. Er zit kennelijk veel vis. fotografeert een fuut precies op het moment dat hij een stevige vis doorslikt.
Vlak voor de kijkhut zit een Grote Karekiet te zingen, we horen een Rietzanger. Er strijkt een Graszanger neer in het Fluitekruid aan de kant van de weg. We besluiten nog een kijkje te nemen bij de Taag. Hier zien wij voor de eerst keer een Aasgier deze week. Een Grijze Gors zit met een grote rups in de snavel te wachten tot wij ophoepelen. Via Torrejon el Rubio rijden wij weer naar de camping met een laatste stop onder het Castillo en Sanctuario de Monfragüe. Behalve de gieren hebben wij hier de Blauwe Rotslijster goed kunnen bekijken, evenals de Zwarte Roodstaart. Aan het water zit een Aalscholver, er vliegt nog een Zwarte Ooievaar langs. Bus 3 – Dag 5 – Woensdag 3 mei 2006De avond van de voren leekt het er niet op dat wij het droog zouden houden deze dag. Zou jammer zijn want juist wandelen gaat gebaat bij goed weer. Gelukkig is het in de ochtend weer droog en zonnig en kunnen onze plannen toch ten uitvoer worden gebracht. De oorspronkelijke gedachte achter een gezamenlijke wandeling midden in de week was om de groepen op een dag wat uit elkaar te trekken en dat de reisgenoten van de vogelvakantie eens met anderen konden kletsen en indrukken uitwisselen. Echter de oude Romeinse brug stond onder water en een wandeltocht vanuit het informatiecentrum bleek niet mogelijk, ook stonden de programma’s van sommige busjes wat onder druk. Wij hebben echter een heerlijke wandeldag gehad, die voor mij een nieuwe soort opleverde. Wij hebben geparkeerd op de parkeerplaats over de brug. Alvorens het steile wandelpad naar boven te nemen, hebben wij de brug een stukje terug op gelopen om de alpengierzwaluwen te zien en horen langs vliegen. Werkelijk prachtig om te zien hoe behendig die beesten vliegen. Er ontstaat een discussie over het al of niet zuiver zijn van de rotsduiven die hier rondvliegen. Onze gids zegt je mag ze van mij op de lijst zetten, maar over de soortzuiverheid heb ik sterk mijn twijfels. De klim naar boven is stevig maar voor iedereen goed te nemen. Op diverse punten krijgen wij even zicht op de omgeving. Hoe hoger je komt hoe dichterbij die kolossen van vale gieren lijken te vliegen, als er op een gegeven moment dan ook nog een monniksgier voorbij vliegt wordt het helemaal prachtig. Het pad loopt door een bos dat heerlijke schaduw biedt, de planten rijkdom is groot. Rechts vliegende roofvogels als dwerg- en slangenarenden, links tegen de rotswand vliegen en zingen zwarte roodstaarten, staartmezen, blauwe rotslijster en Europese kanaries. Je hebt bijna geen tijd om te merken dat je ook nog flink klimt, dus op een gegeven moment zijn wij boven bij de oude ruïne zonder het echt gemerkt te hebben. Wat een uitzicht over de bergrug en de omliggende dalen! heeft het druk met uitleggen van vogels die rond vliegen, vlinders en andere insecten. Maar dan komt het moment dat er door Engelsen kaffergierzwaluwen gezien blijken te zijn! Dat kan niet, dat is nog te vroeg, dat moet nog weken duren voor dat die terug komen! Voor diegenen die even niet bij de les zijn geweest is het nu even sorry. Nu moet er echt even fiks gevogeld worden! Nu even geen tijd voor alpenkraaien! Dit moet even op waarheid onderzocht worden. Gelukkig ziet ze al gauw in de verte aankomen en dan is de vreugde totaal als zij inderdaad een witte stuit blijken te hebben. Een kruisje erbij op mijn en voor bijna iedereen zijn soortenlijst. Prachtig om zo’n moment in woorden te mogen omschrijven.zei later, je zag omslaan van gids tot vogelaar en wist dat dit moment even niet doorbroken mocht worden met vragen over iets anders. De rust keert weer en de terugweg langs hetzelfde pad is nu neergaand wat makkelijker te lopen. ontdekt een “berenhol”, dit lokt opmerkingen uit als een beregoede dag vandaag of toch weer beregezellig zo bij elkaar, het gaf in ieder geval aan dat wij het naar onze zin hadden die dag, net als elke ander dag overigens. Op de terug weg was het de bedoeling dat wij het bezoekerscentrum zouden bezichtigen. Echter de Spanjaarden bleken siësta te houden en nog geen kopje koffie was te verkrijgen. Wij hadden in de voorgaande dagen nog niet de “gierenrots”met de broedende keizerarend bezocht en het leek ons beter om deze te bezoeken dan onze tijd te verdoen bij dit bezoekerscentrum. Al gauw zitten wij weer in de bus. brengt ons vakkundig naar de plek bij de gierenrots en de vogellol stijgt weer naar grote hoogte als de keizerarend ontdekt wordt op zijn nest. Even later gaat hij vliegen en cirkelt boven het nest en dan komt het hoogtepunt (uit de kleine kring enquête blijkt dit duidelijk) van de vakantie. Hij ziet dat een vale gier te dicht bij zijn nest komt. Hij klapt zijn vleugels in en duikt als een slechtvalk naar beneden en grijpt met zijn poten in de rug van de vale gier die niet weet hoe gauw hij weg moet komen. Werkelijk een prachtig schouwspel! Als dan even later bij de al eerder ontdekte donsjongen van de oehoe ook nog een volwassen beest ontdekt wordt kan onze dag helemaal niet meer stuk. Moe maar voldaan keren wij terug naar huis, waar onze chauffeur als elke dag weer met een applaus bedankt wordt voor zijn stuurmanskunsten.Bus 3 – Dag 6 – Donderdag 4 mei 2006Vandaag bezoeken we "Embalse de Salor" Rond 08:40 reden we weg met zwaar bewolkt regenachtig weer. Het eerste deel van de route was inmiddels bekend terrein de weg door het natuurpark “Montefraqüe”. Door het sombere weer waren er weinig roofvogels in de lucht. Wel zagen we enkele blonde tapuiten. Deze schitterende vogels voelen zich in dit bergachtige begroeide terrein goed thuis. Ook bij de brug over de Taag zagen we aanzienlijk minder huiszwaluwen dan eerder deze week. Bij de gierenrots vele tientallen gieren collectief wachtend op hogere temperaturen. Zodat er fatsoenlijke thermiekzuilen kunnen ontstaan. In het plaatsje Torrejón el Rubio hebben we bij een tankstation de onverzadigbare dorst van de bus gelest. De eerste vogelstop was bij Sierra de las Corchuelas. Gelukkig was het inmiddels droog geworden. We liepen een stukje langs een pad en hoorden en zagen heel mooi een kleine zwartkop. Heel goed was de rode iris met dito oogring te zien. Die mooi afstaken tegen het zwarte koppie. Voor mij weer het zoveelste kruisje van deze week. Ook kregen we de kans om de in Extremadura zo algemene roodkopklauwier goed te bekijken. In een gebied van ongeveer 10 m2 wat net even iets lager lag dan de omgeving “krioelde” het van de tongorchissen. Grappig om te zien dat de subtiele verschillen in zo'n gebied zo'n grote invloed kunnen hebben op de vegetatie. Ook zagen we nog flinke struiken van schijfcactussen deze planten accentueerden het Mediterrane karakter van het landschap. Een groepje parasoldennen was gepromoveerd tot collectief woongenot van verschillende ooievaars. De eibers vlogen af en aan met nestmateriaal kennelijk was er sprake van achterstand in het groot onderhoud. Want aan bijna elk nest werd wel iets “vertimmerd”. De landelijke stilte werd doorbroken door een “hoepende” hop. Die zoals het een goed “onomatopeet” betaamd bij herhaling zijn eigen naam ten gehore bracht. Wij togen verder richting Cáceres een voor deze omgeving vrij grote stad. De lucht had inmiddels definitief korte metten gemaakt met al de hemelontsierende grauwsluiers en nu kreeg de zon weer volop de gelegenheid om het landschap met haar stralen te “kietelen”. Het resultaat van deze aardverwarming was meteen te zien, want het aantal waarnemingen van zwevende roofvogels en ooievaars was weer snel gestegen naar een representatief niveau. We reden langs de rivier rio Salor door een fraai landschap met ogenschijnlijk verlate boerderijen en stopten bij Embalse de Salor een stuwmeer. Hier waren enkele futen en veel ooievaars. Het stuwmeer is vrij groot en maakt een heel natuurrijke indruk. Het is omgeven door zwaar geërodeerde rotsblokken die duidelijk demonstreren dat de tand des tijds hier duchtig aan heeft geknaagd. Een ideale plek om onze meegebrachte koek en koffie te nuttigen. Wij vervolgden onze weg en pasten de zogenaamde “hit and run” methode toe. Dat wil zeggen bij een potentiële vogelkijkplaats zou alleen de bus verlaten en beoordelen of deze plek de moeite waard was. Indien deze ambiance het O.K. -stempel kreeg dan mocht de rest van het gezelschap hier ook van genieten. Dit experiment bleek na de eerste keer al erg succesvol. Achtereenvolgens manifesteerden de volgende gevederden zich voor onze netvliezen. Kleine mantelmeeuwen, een lepelaars duo, kleine zilverreiger gevolgd door een half dozijn steltkluten. Wat dichter bij de grond, een trio bontbekplevieren vergezeld van een solo opererende bonte strandloper. De ruiters wisten zich vertegenwoordigd door “groenpoot” en tureluur. We reden nu verder langs een plaatsje met veel telefoonpalen langs de weg. Aan de palen zijn nestkasten opgehangen. vertelde dat we hier een vrij grote kans hadden om scharrelaars te zien. Deze profetie kwam ruimschoots uit. We hebben maar liefst 7 van deze vliegende diamanten gezien. Onderweg verder nog monniksgier en rode patrijs. We kwamen bij een tweede stuwmeer. Het geknor van onze magen vertelde echter dat het de hoogste tijd was om wat voedsel tot ons te nemen. En zo zaten we even later te genieten van onze voortreffelijke lunch. Het is steeds weer een wonder hoe onze cateringploeg het voor elkaar krijgt om met de beperkte middelen die een bus met zich meebrengt toch er telkens in te slagen om de smaakpapillen zo te verwennen. Over het water vlogen knalrode vuurlibellen en zwevende heidelibellen. Deze laatste vlogen in tandem vlucht. Het mannetje had het vrouwtje in een ijzeren greep en kon op die manier haar dwingen om de door hem bevruchte eitjes aan de wateroppervlakte toe te vertrouwen. Ook botanisch gezien viel hier nog wel wat te beleven een paarse lis of zo u wil iris en een bremraapsoort waarvan het niet helemaal duidelijk was waar deze plant nu precies op parasiteerde. Bij een klein landweggetje vertoefde een kortteenleeuwerik die zich in deze open, droge vlaktes goed thuis voelt. Het is een vrij kleine lichte leeuwerik. In dit zelfde biotoop vertoeven ook altijd graag soms “tot vervelends” aan toe; grauwe gors en kuifleeuwerik. Op een paal zat een scharrelaar (de 8e van vandaag) die af en toe zijn uitkijkpost verliet om kort daarna op deze hoge zitplaats neer te strijken met een onfortuinlijke rups in de bek. Die hij daarna op zijn gemak ging oppeuzelen. Het dier was redelijk mediagevoelig want hij poseerde alsof hij wist dat dit zijn carrière goed zou doen. We besloten om naar het meer bij de kerncentrale te rijden. Onderweg een grote wolk vormgegeven door zeker 100 koereigers. Toen we bij het meer kwamen stonden daar twee mannen met op statief staande fototoestellen voorzien van enorme tele-kanonnen erop. Deze toeters stonden op het riet gericht. Wij gingen netjes op afstand staan totdat de twee mannen hun plaatjes hadden geschoten. We kregen nu wel mooi de gelegenheid om te kijken naar het model wat voor hun lenzen had geposeerd. Het bleek om een fraaie grote purperkoet te gaan, die zich nog even liet koesteren door de speelse zonnestralen. ![]() Daarna vond de purperen vogel dat hij lang genoeg de show had gestolen en schreed met koninklijke tred verder en verdween tussen het riet. waarschuwde ons want hij had een kwak waargenomen die recht op ons af kwam vliegen. Inderdaad scheerde even later deze dagactieve nachtreiger pal boven onze hoofden. Een schitterende ervaring. Nog even koekeloeren naar een grote karekiet die als een nietsvermoedende minstreel zijn krassende lied ten gehore bracht. We kwamen in de buurt van de plek waar we eerder deze week de grijze wouw hadden gezien. Deze wetenschap, het feit dat we een afslagje mistte en ook een flinke dosis geluk zorgden er voor dat wij kort hierna wederom de sierlijke vlucht van de grijze wouw konden aanschouwen. Een prachtig besluit van wederom een geweldige vogeldag. Tegen half acht bereikten wij de camping. Waar wij waardig plaatsnamen achter een glas met gele inhoud voorzien van een witte kraag.
Bus 3 – Dag 7 – Vrijdag 5 mei 2006Vandaag naar de "Sierra de Gredos" Om 8:25 reden we weg richting Sierra de Gredos dat wil zeggen we gaan vandaag het hooggebergte in. We passeerden het nabij gelegen plaatsje Plasencia en daarna reden we door de kersenvallei. Zeg maar de Betuwe van Extremadura.spotte een echte ijzeren steenarend, die je hier wel vaker tegenkomt vooral in de buurt van grote woningen. We volgden een tijdlang de rio Jerte (een rivier met veel kleine watervalletjes). Wij reden langs Gabezuela del Valle. Ter hoogte van Hervás sloegen we af voor de ortolaan. Het was een mooie weg omhoog met een schitterend uitzicht op het dal. Onderweg hebben we nog uitgekeken naar appelvinken. Halverwege dacht
een ortolaan te zien. We stapten uit maar de vogel was al gevlogen. Wel zagen we twee grijze gorzen en een boomklever. Onderweg verder naar de top nog gaaien en een raaf. Vlak bij de top was het inderdaad raak en spotten we een ortolaan.
Eerst niet zo heel goed te zien, maar later beeldvullend door de telescoop. Ook kon je hem heel goed horen, ik vind het een mooi liedje. De hellingen waren begroeid met tijm, wat een heerlijke geur hebben deze bloemen toch. Uiteindelijk hebben we hier zeker 10 ortolanen gezien. We keerden terug naar het dal en reden richting El barco de Ávila. We gaan voorbij het plaatsje Tornavacas. Bij een parkeerplaats zagen we twee rode patrijzen en hoorden een baardgrasmus. Ook was er nog een heggenmus aanwezig. Hier hebben we koffie gedronken en deden nog een dappere en succesvolle poging om de baardgrasmus beter in beeld te krijgen. We hebben nog een foto gemaakt van een mannetjesorchis. We reden door het plaatsje Pueto de Tornavacas en staken de rio Tormes over, door El barco de Ávila. De rotonde reden we driemaal rond en toen wisten we zeker welke richting we moesten volgen. We waren nu in “Parque regional de la Sierra de Gredoso”. Bij de parkeerplaats was een bruggetje over een snelstromend riviertje. Hier zou een waterspreeuw moeten zitten. Maar hoe we ook ons best deden we zagen hem niet. Net toen we weer verder wilden gaan riep de iets achtergebleven“Daar is ie”. Inderdaad op een steen aan de kant van het water zagen we dit mooie vogeltje. ![]() Hij hipte van steen naar steen en vloog onder de brug door naar de andere kant. Ook hier sprong hij langs en in het water, tot hij onderdook en weg was. We gingen steeds hoger sommige stukken van de weg waren voorzien van rood witte paaltjes. Zo kon je in de winter zien waar de weg was en hoeveel sneeuw er was gevallen. We stopten onderweg en zagen kort na elkaar; monniksgier, vale gier en een Iberische gele kwikstaart en een lichte vorm van de dwergarend. Na ongeveer 300 meter stopten we weer voor de rode rotslijster. Maar hadden helaas op deze plek minder geluk. We bereikten een grote parkeerplaats en gingen hier lunchen. Tijdens de maaltijd stortten het heel even van de regen. Maar gelukkig zaten we hoog en droog in de bus. Vlak bij de parkeerplaats konden we heel goed een mooie grijze gors zien. We gingen nu wandelen in het rotsachtige Gredos. Een mooie wandeling, enkelen zagen de rode rotslijster. Heel in de verte liep een steenbok. Wel konden we heel goed een blauwborst bekijken die zich van al zijn hoeken van zijn territorium liet bewonderen. Tegen 16:45 aanvaarden wij de terugreis. Ik ben benieuwd hoelang we er over doen en hoeveel stops we nog maken. Het is voor mij wat lastig geweest om de terugweg te verslaan, want het grootste deel hiervan was ik overgeleverd aan Klaas Vaak. Vogelen in het hooggebergte is nu eenmaal een vermoeiende bezigheid. Tegen 19:30 keerden we als laatste terug op de camping Bus 2 – Dag 8 – Zaterdag 6 mei 2006Op pad naar Trujillo en Belén Bij het opstaan is om 6:00 uur de dwergooruil met zijn korte, steeds herhaalde fluittoon nog goed te horen. Om 6:30 uur vertrekken we voor zonsopgang in behoorlijke mist richting Trujillo. Elke vroege roofvogel onderweg is een zwarte wouw op een enkele rode wouw na. Op de steppen van Belén ten noordoosten van Trujillo zien we al vrij snel 8 zwartbuikzandhoenders overvliegen. Tot verdriet van onze gids , horen we door onze eigen opwinding hun bijzondere geluid helaas niet. Totaal zien we er vandaag 17! ![]() Een ander hoogtepunt vormt de nog baltsende kleine trap. De opgezette halsveren en het sprongetje van het mannetje zijn precies zoals afgebeeld in de ANWB-vogelgids. Datzelfde geldt voor de balts even later van een mannetje grote trap: net een schuimbad waarbij je kop noch staart meer ziet. Bij een verlaten boerderij met schuurtjes stoppen we voor onze brunch. In die boerderij blijken minstens 6 kleine torenvalken te broeden: echte koloniebroeders. In Trujillo vieren we deze mede dankzij het vroege vertrek weer zeer geslaagde excursiedag met tapas en wijn.
We maken ook nog een mooie tocht door het hogere oudere gedeelte van het stadje. Daarbij vliegen de kleine torenvalken, vale en gewone gierzwaluwen hoog over ons heen. De vale onderscheiden zich van de gewone door hun valere kleur, vooral te zien met een gebouw als achtergrond, de flinke witte keelvlek en de stompere vleugels. Om 18:30 uur komen we, 12 uur na vertrek, moe maar voldaan, weer terug op de camping waar we na een drankje lekker dineren, alvast pakken voor de terugreis en heerlijk slapen. Bus 3 – Dag 9 – Zondag 7 Mei 2006De terugtochtGeen dagverslag. |
| Over Spanje - Extremadura | Dagverslagen Bus 2 | Dagverslagen Bus 3 | Waarnemingen | Diapresentatie |