• 0 Pimpelmees: alerte overlever

    In de winter mag ik graag een huisje huren op de Veluwe in het bos. Niet alleen om lange wandelingen te maken, maar vooral om dan het terras helemaal vol te proppen met allerlei lekkers voor vogels om dan uren uit het raam naar al het moois dat voorbij komt te kijken. Ik krijg er geen genoeg van. Het is soms net alsof je in een volière zit. En ik meen ook in menig vogeloog een dankbare blik te ontwaren, maar dat zal mijn fantasie wel zijn. Een vogeltje dat nooit ontbreekt op de voedertafel is de pimpelmees. Als ik een ring neerleg op de tafel dan zie ik daar zón klein pimpelmeesje fanatiek op pikken. Je ziet net zijn kopje boven de ring uitkomen en als vogels zouden zweten dan zouden er zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd staan. Schattig, ik ben dol op pimpelmeesjes. Ze zijn mooi, fleurig en ze hebben een lieve blik. En het zijn kleine overlevers. Pittig ding Schattig uiterlijk of niet, zo’n pimpelmees is een vogeltje om rekening mee te houden. Zo klein als hij is, hij houdt alles scherp in de gaten. Als hij in de winter rondtrekt met andere mezen maken die handig gebruik van dat kleine ding want hij is de eerste die piept als er gevaar is. Dat moet natuurlijk ook wel want met zijn blauw gele uiterlijk ziet hij er voor roofdieren vast uit als een lekker snoepje. Toch laat hij zich niet zo snel intimideren. Ik heb vaak genoeg gezien dat als zijn grote broer de koolmees met dreigend gespreide vleugels aan dezelfde vetbol komt hangen, de pimpelmees door pikt alsof hij die hele koolmees niet ziet, tot ergernis van de koolmees. Een pimpelmees overleeft, behoorlijk goed zelfs want van bosvogel is hij inmiddels gepromoveerd tot bijna-overal-te-vinden-vogel. Hij past zich aan, echte overlevers doen dat, dus je vindt hem nu ook tussen de mensen en natuurlijk ook in het Bentwoud. Daar is hij het hele jaar door te zien, hoewel een enkele durfal naar België of Frankrijk trekt. Maar daar komt dan weer een enkele durfal uit Scandinavië voor terug. In de winter zie je ze soms zelfs in de rietkragen van de sloten van het Bentwoud. Dan denk je opeens een blauw gele rietzanger te zien of zo. Maar meestal zitten ze hoog in de boom, opzoek naar allerlei lekkers. Daarbij hangen ze aan de dunste takjes en twijgen die waarschijnlijk niet eens buigen onder het niet bestaande gewicht van dit vogeltje. Overleven maakt moe Al dat overleven kost veel energie, dus de pimpelmees gaat liever niet zelf aan de slag met het bouwen van ingewikkelde constructies die als nest moeten dienen. Nestkastjes en boomholten voldoen prima. Uit dat kleine vogeltje komen dan nog eens zo’n zeven tot dertien eieren. Ik heb nog nooit een nest met jonge pimpelmeesjes gezien, maar wat moeten ze piepklein zijn. Het heeft in ieder geval effect op de populatie want die neemt nog steeds toe. Gelukkig, want eerlijk gezegd, hoe graag ik ook hele bijzondere en zeldzame vogels wil ontdekken, een pimpelmeesje kan mijn dag maken. Meestal tref ik ze wel aan tijdens een wandeling en dan ben ik weer helemaal blij. Het is gewoon een geweldig vogeltje en een echte overlever. Daar moet je bewondering voor hebben.

  • 0 Blauwe reiger: saai grijs.......

    Op mijn wandelingen door het Bentwoud kom ik hem altijd tegen. Nooit faalt hij om in mijn pad te staan, bewegingloos en star. De blauwe reiger is overal in het Bentwoud. Laatst liep ik een smal paadje op en daar stonden er maar liefst vijf achter elkaar, alsof ze bomen imiteerden die het pad wat opleukten. Een voor een vlogen ze op toen ik hen naderde, geluidloos, maar wel een tikje beledigd omdat ik hun rust verstoorde. Zo op het eerste gezicht is zo’n blauwe reiger echt vreselijk saai. Hij is niet eens blauw en hij staat daar maar een beetje te staan. De blik in zijn ogen is ook niet echt aanlokkelijk en meestal bekijkt hij je argwanend. Ik voel me meer aangetrokken tot andere reigers zoals de prachtige grote zilverreiger en zijn kleinere broertje. En ik verheug me enorm op de dag dat ik een purperreiger ga zien. Dat heb ik nog nooit mogen beleven en dat lijkt me een prachtige vogel. Maar tot nu toe moet ik het vooral doen met die blauwe, die overal is. Zelfs regelmatig midden in de stad. Hoewel nog steeds vrij schuw, echt dicht kun je ze niet benaderen, vindt hij zijn weg naar tuinen met een vijver en sloten in het stadspark. Daar moet je dan toch wel weer bewondering voor hebben. Hij past zich aan aan alle omstandigheden, hij is een overlever.   Sluipmoordenaar Een tijdje geleden observeerde ik een blauwe reiger die me niet in de gaten had. Langzaam sloop hij door het gras langs de slootkant. Nu ik zijn bewegingen wat beter observeerde kreeg ik wat meer waardering voor deze vogel. Overigens kon het ook zo zijn dat ik niet naar een hem maar naar een haar zat te kijken. Bij reigers is dat niet te zien. Volgens de site van Vroege Vogels vinden zelfs reigers het lastig te zien wie van de andere sekse is. In ieder geval sloop de vogel rond alsof hij een sluipmoordenaar was in een detective film: elegant, langzaam en waakzaam. Het was mooi om te zien, zo geconcentreerd hij opzoek was naar eten. Ik dacht altijd dat dat eten bestond uit kikkers en vissen, maar de blauwe reiger eet ook mollen en muizen en die exotische rivierkreeften die onze sloten tegenwoordig bevolken vindt hij ook niet te versmaden. En ach, als hij dan toch in de bebouwde kom is, dan wil hij ook nog wel eens wat mensenvoedsel proberen. Als reiger moet je toch wat als de mollen en muizen niet blijven zitten als je elegant komt aangeslopen.   Het gaat beter Het ging niet altijd goed met de blauwe reiger. En strenge winters kunnen het leven van deze vogel echt heel moeilijk maken. En daarom trekt ook deze soort deels weg al heb je dat niet in de gaten. De meesten gaan niet ver en blijven binnen Europa, maar sommigen gaan naar Centraal Afrika. De vogels die we bij ons in de winter zien, komen dan weer uit de Noordelijke streken. Het merendeel blijft echter in Nederland en gokt erop dat het niet te lang gaat vriezen. Gebeurt dat wel, dan heeft dat grote gevolgen. Gelukkig zijn de winters niet meer zo streng dus de hoeveelheden reigers blijft redelijk stabiel nu. En hoeveel er ook zijn, ik heb eigenlijk nog nooit een jong reigertje gezien. Misschien zien die er wat schattiger uit dan hun ouders. Maar ach, zelfs deze grijze vogel heeft dus wel een bepaalde vorm van elegantie. En dat maakt hem dan toch wel aantrekkelijk om te observeren.

  • 0 Koolmees: Strenge directeur

    In zijn algemeenheid ben ik dol op meesjes. Het zijn mooie, schattig ogende vogeltjes en ik word er altijd vrolijk van. Ik schreef al eerder over de staartmees die ik het liefst als knuffel mee naar huis zou nemen, in dit blog ga ik het hebben over de koolmees. Ik vind dat vogeltje een stuk minder schattig. Door zijn stropdas, en het feit dat hij wat groter is dan de andere mezen, oogt hij streng en bazig. Soms ziet hij eruit als een bullebak al denk ik dat ik hem daarmee echt te kort doe. Overigens ben ik de koolmees wel ergens dankbaar voor: de koolmees is de eerste soort in het Bentwoud die ik aan zijn geluidje kan herkennen. Jammer genoeg is het dan wel de waarschuwingsroep waarmee een bijdehandje van een koolmees aan alle andere koolmezen en eventuele andere mezensoorten laat weten dat ik eraan kom waardoor de kans dat ik ze nog zie aanmerkelijk afneemt. Ik hoor ze dan ook vaker dan ik ze zie, die koolmezen. De keren dat ik net wel even een glimp van ze heb opgevangen, zijn op een hand te tellen. Mooi vogeltje Koolmezen zijn eigenlijk hele mooie vogeltjes. We staan er niet zo bij stil omdat we hem overal in Nederland makkelijk kunnen zien, maar hij heeft een beetje een tropische uitstraling. Zijn gele lijfje, dat naar zijn kop toe zelfs een beetje groen kleurt met het duidelijk afstekende zwart van zijn kop en stropdasje is prachtig. Tel daar zijn witte wang nog even bij op en je hebt eigenlijk iets heel moois in de kijker. Maar zoals dat vaak gaat met iets dat je vaak ziet, valt dat op den duur niet meer zo op. Dat is het lot van de arme koolmees, die zoveel voorkomt dat ik, en met mij vele anderen, niet echt meer aandacht aan hem besteed. Zorgen maken we ons ook al niet om hem, want het gaat eigenlijk best goed met dit vogeltje. Hij houdt van oude bossen en ja, de Nederlandse bossen worden steeds ouder. Ook natuurlijk het Bentwoud waarin hij nu ook zijn thuis gevonden heeft. Toch is het handig die koolmees een beetje in de gaten te houden. Reizen in groepen  Een koolmees is zelden alleen. Hij lijkt een beetje een allemans vriendje en in zijn kielzog trekken veel andere mezensoorten door het bos. Handig als je echt iets aparts wil zien. Het is mij vaak genoeg overkomen dat ik in een huisje op de Veluwe, loerend naar de voedertafel die ik daar had gemaakt, tussen al die koolmezen en pimpelmezen, het vaste trekmaatje van de koolmees, opeens een zwarte mees, glanskop of matkop op de tafel zag. Niet dat ik direct zie welke van de drie, daarvoor lijken ze te veel op elkaar. Deze drie soorten heb ik  overigens zelf nog niet in het Bentwoud gezien, wat niet wil zeggen dat ze er niet zijn. Heeft u deze mezen al zien vliegen? Kern van het verhaal: daar waar koolmezen zijn, zijn andere mezen. Ik zou me als kleine mezensoort ook op mijn gemak voelen als ik onder bescherming vloog van een forse soortgenoot die eruitziet alsof hij weet waarmee hij bezig is met zijn stropdas en wat strenge blik. Als ze in vogelland multinationals hadden dan zouden daar vast de koolmezen de leiding hebben. Ook als ze samen met een kleinere mees aan een vetbol hangen, laten ze altijd even zien dat zij toch echt de baas zijn. Ze maken zich nog groter dan ze zijn en werpen dat kleine opdondertje van een voedselpikker een dreigende blik toe. De meeste mezen verlaten het desbetreffende vetbolletje spoorslags. Ja, die koolmees weet waarmee hij bezig is. Misschien dat hij zich daarom zo goed weet te handhaven.

  • 0 Wilde eend: gaat het nog wel goed?

    Wilde eend: gaat het nog wel goed? Net als zo’n beetje in heel Nederland tref je ook in het Bentwoud wilde eenden aan. De huis, tuin en keuken eend, de eend die ik om redenen die ik niet meer kan achterhalen altijd boereneend heb genoemd. Tot ik me als vogelaar in de echte naam ging verdiepen. U kent ze wel: man met groene kop, vrouwtje bruin en onopvallend. Zelfs de meest van vogels verstookte mensen weten deze eend in ieder geval nog wel correct te benoemen. Het is de meest algemeen voorkomende watervogel en toch zou ik niet echt weten wat ik over de wilde eend moet zeggen. Als vogelaar mag ik dit niet eens bedenken, maar ik vind hem nogal saai. Hij is er altijd, overal. Aan die hele wilde eend valt echt niets spannends te beleven. Alhoewel? De laatste maanden bekruipt me toch een beetje een onaangenaam gevoel als ik weer een stelletje in een van de sloten van het Bentwoud zie dobberen. Want gaat het wel goed met ze? Minder eenden? Om de één of andere reden heb ik het gevoel dat ik steeds minder wilde eenden zie. Het is niet zo dat hele sloten leeg en uitgestorven zijn, maar het zijn er gewoon minder. En wat ik afgelopen voorjaar ook heel weinig gezien heb, zijn jonge eendjes. Of pulletjes zoals ik ze als vogelaar dien te noemen. Pullen is de naam voor niet vliegvlugge, jonge vogels. Persoonlijk vind ik het een absurde naam. Bij pullen denk ik aan iets dat je als kleiduifschieter uit de lucht moet halen of ik denk aan bier. Maar goed, weinig jonge eendjes dus dit jaar en als ik ze toevallig wel zag, dan zag ik ze een paar dagen later alsnog niet meer. De Vogelbescherming bevestigt mijn vermoedens als ik eens wat opzoek over de wilde eend. Het worden er minder, 30% minder zelfs. Niemand had het in eerste instantie echt in de gaten want ja, het is maar een gewone eend, hè? Wie let erop? De echte kenners gelukkig, dus 2020 is het jaar van de Wilde Eend. We gaan met z’n allen onderzoeken waarom de wilde eend in aantallen afneemt. Echt duidelijke redenen zijn er nog niet. Vooralsnog lijkt het te komen omdat door de warme winters in het Noorden er geen overwinteraars naar ons komen. Maar ook hun leefgebied wordt hier en daar bedreigd. Of er is een scheve man/vrouw verhouding. Kortom, we weten het niet. Maar een belangrijke vraag komt toch op:  zijn we over enkele tientallen jaren die wilde eend kwijt en gaan we dan als vogelaar helemaal uit ons dak als we er eentje zien? Vrouwonvriendelijk Dat zou toch wel jammer zijn hoewel ik niet echt warm loop voor de wilde eend. Met afschuw zie ik regelmatig hoe meerdere mannetjes achter een vrouwtje aan jagen. Hardhandig wordt ze gedwongen met deze of gene te paren waarbij ze van geluk mag spreken als ze niet verdrinkt. En vervolgens staat ze er alleen voor met een hele rits jongen achter zich aan en dat als het tegenzit drie keer per jaar. Zo’n vrouwtjes eend krijgt heel wat verdriet te verstouwen want de meeste jonkies overleven het volgens mij niet. Hun schattige uiterlijk roept geen medelijden op bij snoeken, roofvogels, katten en ander gespuis. Het leven van een vrouwtje wilde eend is hard. Geen wonder dat ze af en toe woedend zomaar in het niets aan het kwaken is. Dat mannetje is een stuk rustiger, maar hij heeft dan ook al het goede van het eendenleven te pakken. Lekker achter de vrouwtjes aan en als die voor zijn kroost zorgen, hangt hij met andere mannetjes als een stel hangjongeren rond in de sloot. Tja. Maar goed, het zou toch jammer zijn als die wilde eend helemaal verdwijnt. Ook omdat het de enige eend is met een krul in zijn staartje. Bovendien is het de eerste vogel waarmee veel jonge kinderen kennismaken in hun leven. De wilde eend is niet schuw en hij laat zich graag wat brood voeren. Voor velen van ons is zo het vogelen begonnen ooit. Dus hopelijk zien we deze eenden nog lang dobberen in onze sloten.

  • 0 Roodborst: Geen scherp mes

    Roodborst: Geen scherp mes Je hebt van die vogeltjes waarbij je al vrij snel ziet dat zij het wiel niet hebben uitgevonden. Ik hoorde laatst een uitdrukking die ik in dat opzicht wel erg grappig vind: hij is niet het scherpste mes in de lade. Ik moest eerlijk gezegd gelijk denken aan het roodborstje. Je kunt zeggen van dat vogeltje wat je wil, maar hij is niet het scherpste mes in de lade van het Bentwoud. Maar hij is wel een van de meest zichtbare kleine vogeltjes. Roodborstjes zijn niet echt bang uitgevallen. Als je een beetje goed kijkt dan zie je ze al snel tussen de struiken wippen. Vaak heel dichtbij. Ik vind het altijd erg leuk naar een roodborstje te kijken. Ik blijf er echt even voor stilstaan op mijn rondje in het Bentwoud. Het is een mooi vogeltje met van die grappige kraaloogjes, een vastberaden blik in die oogjes en natuurlijk de opvallende oranje borst. Sorry, ik kan er met de beste wil van de wereld geen rood van maken. Maar oranje is ook een mooie kleur. Het roodborstje is eigenlijk altijd alleen. We weten allemaal wat er gebeurt als er een andere roodborst opduikt. Vechtersbaasje De tomeloze energie waarmee het roodborstje alles en iedereen aanvalt die hij als concurrent ziet is legendarisch. Tegelijkertijd is dat de reden waarom hij vaak nogal dom overkomt, waarom hij dus geen scherp mesje is. Toen ik nog een tuin had, heb ik vaak genoeg gezien hoe een roodborstje op de klink van de schuurdeur ging zitten en zijn eigen spiegelbeeld in het schuurraam begon aan te vallen. Dat beest, dat zo verdacht veel op hem leek, moest echt zijn tuin uit. Daar kon het vogeltje uren mee bezig zijn. Erg vermakelijk voor mij, maar eigenlijk best een zielige en nogal domme vertoning als je bedenkt dat hij ook zijn tijd beter had kunnen besteden. Zo’n roodborstje wordt maar 13 jaar als hij heel veel geluk heeft. Laatst zag ik op twitter een heel aangrijpende foto van een roodborstje in de lucht in de klauwen van een roofvogel. Dat roodborstje haalde de 13 jaar dus niet. Hij vloog voor de laatste keer door de lucht op weg naar een zeker einde. Ik weet dat het zo gaat in de natuur, maar je krijgt toch koude rillingen bij dat soort foto’s. En dat terwijl ik, als het om het roodborstje gaat, niet zo weekhartig ben aangelegd. Dat is dit vechtersbaasje tenslotte ook niet. Weg met die jongen Het roodborstje gaat zelfs zo ver in het verdedigen van zijn territorium dat als zijn jongen iets oranjes beginnen te vertonen, hij zijn eigen kinderen aanvalt. Die kinderen voedt hij trouwens meestal op de grond op of in struiken vlakbij de grond. Eigenlijk ook wel een teken dat het vogeltje niet zo scherp is want ik denk gelijk aan al die katten die ’s nachts opzoek gaan naar een lekker hapje. Dat is ook een manier om van toekomstige concurrentie af te komen. De roodborsten die ik in de zomer in het Bentwoud zie, hoeven niet dezelfde te zijn als die ik in de winter zie. Een deel trekt weg en wij krijgen wat roodborstjes uit het Noorden te gast. Stiekem is dat roodborstje een soort van miniroofvogel. In tegenstelling tot andere vogeltjes van zijn grootte, zit hij vaak op een takje te wachten tot er een insectje voorbij scharrelt waarna hij er opduikt als ware hij een zeearend. Het zou me trouwens niets verbazen als de roodborst zichzelf beschouwt als de vogel van de eeuw. Zo arrogant is hij denk ik wel. Maar zijn arrogantie heeft ook iets aandoenlijks. Want het blijft een klein, schattig vogeltje met kraaloogjes dat makkelijk in de klauwen van een echte roofvogel kan verdwijnen.

  • 0 Staartmees: schattig knuffelvogeltje

    Staartmees: schattig knuffelvogeltje  Als beginnend vogelaar vraag ik me wel eens af of ik een lievelingsvogel mag hebben. Of is dat iets wat echt niet kan als je als professionele vogelkenner door het leven wilt gaan? Wordt je dan geacht van alle vogels even veel te houden omdat ze allemaal wel iets moois hebben? Dat laatste zie ik trouwens wel steeds meer. Als je goed kijkt naar een ‘ordinaire’ grauwe gans, dan zie je ook aan deze vogel mooie aspecten. Maar toch heb ik zo mijn voorkeuren. Misschien is het net zoals destijds in mijn werk als verzorgende: ik had natuurlijk bewoners waarmee het beter klikte dan met andere bewoners, maar je behandelt iedereen hetzelfde. Dat is zoals het hoort. Aan elke vogel die ik in het Bentwoud signaleer zal ik daarom ook altijd evenveel gepaste aandacht geven. Maar ik wil toch even melden dat ik echt gek ben op staartmeesjes. Want ja, je kunt zeggen wat je wilt, er zijn maar weinig andere vogels die zo schattig zijn als een staartmeesje. Het liefst zou ik ze zo uit de struik plukken om er eens lekker lang mee te knuffelen. Jammer genoeg blijft juist het staartmeesje nooit ergens lang genoeg zitten om dat zelfs maar te kunnen overwegen. Het is een buitengewoon onrustig vogeltje. In het Bentwoud  Een paar maanden geleden liep ik mijn dagelijkse rondje door het Bentwoud. Ik wandel altijd graag in het gedeelte dat klem ligt tussen de Zoetermeerse wijk Oosterheem en Benthuizen. Het is een klein en overzichtelijk gedeelte van het Bentwoud en het is qua landschap echt anders dan het veel grotere gebied aan de overkant van de N209. Als je een beetje de juiste tijdstippen weet te kiezen, is het er heerlijk rustig en zie je behoorlijk wat vogels. Ik liep langs de voetbalvelden toen ik opeens naast me, in de struiken achter het hek van die voetbalvelden, getjilp hoorde. Het waren overduidelijk een paar vogeltjes die contact met elkaar probeerden te houden. Ik keek links van me en zag opeens een staartmeesje. Verbaasd bleef ik staan. Staartmezen had ik nog niet eerder in het Bentwoud gezien, ik had ze daar om de een of andere reden ook niet verwacht. Hoewel deze vogeltjes  ook in parken en op landgoederen leven, associeer ik ze toch vooral met de Veluwe. Het staartmeesje was niet alleen, dat zijn ze eigenlijk nooit want het zijn hele sociale vogeltjes. Ze waren met een stuk of tien exemplaren en ze besteedden geen enkele aandacht aan mij. Ze pikten naar onzichtbare insectjes op de takken al kwetterend en vliegend. Ik genoot van de aanblik, maar professioneel als ik inmiddels ben, ging ik ook meteen opzoek naar die beruchte ondersoort: de witkopstaartmees die zich vanuit het Noorden nogal eens mengt met ‘onze’ staartmezen. Nou ja, zoveel geluk had ik natuurlijk nou ook weer niet. Uren kijkplezier  Maar dat mocht voor mij de pret niet drukken. Naar staartmezen kan ik uren kijken. Ze zijn zo lief om te zien. Ik word om de een of andere reden helemaal warm en wollig van binnen als ik naar die vogeltjes kijk. Hoewel ik dus graag lang naar ze mag kijken, geven staartmeesjes je daar zelden de kans toe. Zoals ik al schreef zijn het onrustige vogeltjes, altijd op trek, altijd opzoek naar groenere weiden of in hun geval, meer insecten op betere takken. Ze fladderen, niet al te elegant, altijd vlug weer verder. Voor ik het wist was het hele groepje weer verder getrokken. De dagen daarna bleef ik langs de voetbalvelden speuren naar de staartmezen. Ze konden niet ver weg zijn want ze zijn niet erg avontuurlijk en blijven dicht bij de plek waar ze geboren zijn. Niets geen trekgedrag of grote avonturen richting het Zuiden. Nee, ze blijven lekker in het Bentwoud. Maar ja, dat Bentwoud is groot en dat staartmeesje heel klein, 15 centimeter op zijn hoogst inclusief staart. Dus tot nu toe heb ik ze niet weer gezien. Ik geef het echter niet op, ik kom ze wel weer tegen en dan zal ik voor de zoveelste keer bedenken hoe jammer het is dat ik er niet eentje even kan knuffelen!

  • 0 Krakeend: Grijze muis

    Ik heb veel favoriete vogels, maar nu ik steeds meer vogels leer kennen merk ik dat ik meer en meer een voorkeur voor bepaalde vogels ga krijgen. Gek genoeg staan er ook een paar eenden hoog in de lijst van mijn favorieten. Vroeger keek ik daar niet zo naar om. Ik vond eenden lompe dieren die de moeite van het bestuderen niet waard waren. Ach ja, ik was toen nog jong en wat minder verstandig. Alles veranderde toen ik kennis maakte met de Eider. Alleen die naam al. En toen had ik ze nog niet eens laag over het water zien vliegen, rakelings over de golven, snel en elegant. De mooie kleur van het mannetje kan je gewoon niet ontgaan als hij voorbij scheert. Mijn interesse in eenden groeide. Nu zal ik over de wateren van het Bentwoud wel nooit een Eider zien scheren. Maar dat geeft niet want het Bentwoud heeft krakeenden, toch wel het beste na de Eider op eendengebied. Van grijze muis tot prachtvogel Voordat ik een paar maanden geleden vol enthousiasme begon aan de vogelcursus van Nico de Haan, moet ik de krakeend echt al vaak hebben gezien. Maar hij viel gewoon niet op tussen de andere eenden. Onopvallend, als een grijze muis, zwom hij rond in de wateren van het Bentwoud. Maar de krakeend was een van de eerste vogels op het programma en meteen trok ik er met de verrekijker op uit. Ik wilde het geleerde in de praktijk brengen en daarvoor hoefde ik niet ver te reizen. De krakeend houdt zich voor zover ik kan zien, en ik ben geen expert, vooral op aan de grenzen van de menselijke bebouwing. Hoewel het Heemkanaal vanaf het Bentwoud zo Zoetermeer in loopt, zie ik daar nooit een krakeend. Ze zwemmen wel in de brede sloten aan de randen. Met mijn verrekijker strak op de eenden gericht viel me nu pas op hoe mooi het mannetje is. Misschien komt dat ook omdat ik erg van grijs houd en het mannetje heeft een prachtig grijs verenkleed met een fijne tekening, die je echter vanaf de kant niet goed ziet. Eigenlijk is dit een prachteend. Alle vrouwtjes zwemmen in het water Het mannetje is dus voor mij, als beginnend vogelaar, makkelijk te herkennen. Het vrouwtje is een heel ander verhaal. Want die lijkt erg op het vrouwtje van de wilde eend. Er is wel een verschil, die ervaren vogelaars meteen spotten, zoals de witte spiegel aan de zijkant, de snavel, die oranje is bij deze soort en de wittere borst. Ik moest natuurlijk eerst even opzoeken wat ze eigenlijk bedoelen met een spiegel. Maar ja, als ik aan de kant van het water sta en zo’n krakeend zwemt tussen een groep wilde eenden, wat ze vaak doen, dan heb ik echt moeite al die vrouwtjes uit elkaar te houden. Kunnen die mannetjes dat eigenlijk wel als ze bezeten zijn door hormonen of zwemmen er allerlei kruisingen rond? Krakeenden laten zich ook niet zo makkelijk bestuderen valt mij op. Als ik, toch behoorlijk ver af, stil sta om dat mooie eendje te bewonderen, dan werpt het mannetje mij al meteen een argwanende blik toe. En voordat ik er erg in heb, zwemt hij alweer weg. Meestal met zijn vrouwtje in zijn kielzog. Wat een naam Een prangende vraag blijft voor mij wie nu weer heeft bedacht dat deze eend krakeend moet heten. Waarom noemen we hem niet gewoon grijze eend? Maar nee, in vogelland doen we graag moeilijk als dat kan, dat leer ik als net startende vogelliefhebber al wel. Roodborsten zijn niet rood, een winterkoninkje is niet wit, kleine zwanen zijn net zo wild als wilde zwanen enzovoort. Na wat zoeken op internet schijnt het zo te zijn dat de krakeend vernoemd is naar het geluidje dat hij maakt. Ik hoor het niet zo, maar ik ga de komende maanden maar eens goed luisteren als ik mijn favoriete Bentwoud eend weer ga bewonderen. Want van deze eend krijg ik niet gauw genoeg.

  • 2 Meerkoet: Verguisde vogel

    Ik ben op een missie om alle 64 soorten vogels van het Bentwoud te herkennen en te leren kennen. Met mijn basiskennis over vogels trek ik zoveel mogelijk dit nieuwe natuurgebied in om mijn kennis over vogels te vergroten. Een deel van de vogels die leven in het Bentwoud ken ik waarschijnlijk al, maar het merendeel zijn voor mij onbekende soorten die ik ook niet meteen zal herkennen. Het wordt voor mij als beginnend vogelaar een hele uitdaging. Dus laat ik makkelijk beginnen. Met de meerkoet. Hoewel die meerkoet dus niet door iedereen makkelijk wordt gevonden. Deze, door de vogelbescherming als roetgrijs beschreven vogel, wordt nogal eens verward met het waterhoen. Maar de snavelkleuren moeten zelfs beginners als ik op het juiste pad brengen. Die van het waterhoen is rood met een gele punt en die van de meerkoet opvallend wit. Een heel boek Terwijl ik nadacht over de eerste vogelsoort voor dit blog vroeg ik me af of ik echt een heel blog zou gaan volpennen over de meerkoet. Wat valt er over te zeggen? Hij is zwart en hij dobbert in het water tenzij hij aan het vechten is, wat meerkoeten aan de lopende band lijken te doen. Toen ik echter op Texel op vakantie was, ontdekte ik in het Vogelinformatiecentrum opeens een heel boek over de meerkoet. Een heel boek? Ik kocht het meteen want tja, dit ging over een vogel die je overal tegenkomt, zeker niet alleen in het Bentwoud waar je er in elk slootje wel een paar ziet. Als ik een echte vogelaar wil worden dan kan ik wellicht het best beginnen met deze zeer algemene vogel. Het boek van Remco Daalder heeft mijn kijk op meerkoeten niet wezenlijk veranderd. Ik blijf het chagrijnige, kort aangebonden vogels vinden, de hooligans onder de vogels die fanatiek met hun snavel naar andere vogels pikken gewoon omdat het kan. Maar toch zit er meer in zo’n meerkoet dan je op het eerste gezicht denkt. Succesvolle vogel Die meerkoeten zijn ontzettend succesvol. Aan de andere kant van de wereld leven ze ook. Ze zijn eigenlijk bijna overal. Het feit dat ze op diverse continenten kunnen overleven zegt wel wat over hun aanpassingsvermogen en daar moet je toch bewondering voor hebben. Wat ik niet wist is dat de meerkoeten die je in de winter in onze sloten ziet zwemmen niet persé dezelfde hoeven te zijn als die je in de zomer hun territorium ziet verdedigen. Wij krijgen in de winter bezoek van meerkoeten uit het noordoosten terwijl een aantal van onze vogels richting Spanje en Portugal vertrekken. En meerkoeten vechten niet met alles wat toevallig voorbij zwemt. Ze weten wie ze wel aan kunnen vallen en wie niet. Vriendje van de meerkoet Van de zomer fietste ik door het Bentwoud en toen zag ik een meerkoet gebroederlijk (of gezusterlijk) naast een fuut broeden. Visioenen van dode futenjongen drijvend in het water, lek gepikt door de meerkoet, drongen zich meteen aan me op. Maar een paar meter verder zag ik eenzelfde tafereel. Dat kon toch geen toeval zijn? Meerkoeten dulden toch niemand in hun territorium? Maar, en dit leuke weetje komt uit het boek van Remco Daalder, futen dus wel. Ten eerste eten futen ander voedsel en zijn het dus geen echte concurrenten en ten tweede zijn meerkoeten bedacht op de scherpe snavel van de fuut, een gevaarlijke dolk waarmee hij van onder water uit een aanval doet op de kwetsbare buik  van de meerkoet. Tja, die futen, die kun je maar beter te vriend houden. Verder onderhoudt de meerkoet niet echt nauwe vriendschapsbanden, ook niet met mij. Je kan er niet omheen, maar gek genoeg vraag ik me ook wel eens af of ik ze zou missen als ze er niet zijn. Gelukkig komen we daar voorlopig niet achter, daarvoor doet de meerkoet het veel te goed.

  • 1 De Jacht is Geopend....

    Klaar voor de start… Al meer dan 20 jaar woon ik in Zoetermeer, een stad waar ik in de loop van die jaren een haat-liefde verhouding mee heb opgebouwd. Ik woon en werk er en het is daarom mijn thuis, maar als ik de natuur in wil dan vertrek ik spoorslags naar gebieden waar ik echt van hou: de Veluwe, Texel en de Oisterwijkse Vennen. Daar haal ik mijn hart op aan al het moois dat de natuur mij te bieden heeft. Als natuurliefhebber moet je niet in Zoetermeer zijn, dat is mijn standpunt altijd geweest. Al van jongs af aan kijk ik naar vogels. Niet altijd even bewust, maar wel met veel plezier. In de winter, als we op vakantie waren op de Veluwe, maakten we een voedertafel en ik herken nu dan ook de meest voorkomende bosvogels. Ook veel voorkomende vogels op het water of in weilanden herken ik wel omdat ik ze op mijn fiets- en wandeltochten vaak zie. Laten we dus zeggen dat ik een bepaalde basiskennis over vogels heb. Vogelaar worden Al jaren heb ik echter de grote wens een echte vogelaar te worden. Zeker als ik weer naar Texel was geweest dan wilde ik niets liever dan al die vierhonderd en nog wat soorten die daar overvliegen herkennen en benoemen. Vol jaloezie keek ik naar de Nico de Hanen van deze wereld die alle geluidjes herkennen en meteen weten wat ze zien en horen. Werk en carrière zogen zoveel energie op dat vogelaar worden vooral een droom bleef. Tot ik, na een pittig jaar, besloot dat het echt tijd werd om het roer om te gooien. Meer naar buiten, minder computerscherm. Meer vogels zelf zien en minder vogels kijken op tv. Maar ja, ik woon nog steeds in Zoetermeer. Geen plek voor een vogelaar. En elke week een eind rijden naar de beroemde vogelplekken zag ik ook niet zitten. Totdat ik, onverwachts, een stukje op tv zag over het Bentwoud. Toen besefte ik dat mijn droom letterlijk om de hoek lag. 64 vogelsoorten In dat stukje op tv vertelde een boswachter van het Bentwoud dat er maar liefst al 64 vogelsoorten zijn neergestreken in dit relatief nieuwe stuk natuur. Want de aanleg van het Bentwoud is pas in 2016 afgerond dus het gebied, vroeger bestaand uit landbouwgrond, is nog heel erg jong. Maar het ontwikkelt zich blijkbaar snel. Opeens was mijn enthousiasme aangewakkerd: 64 vogelsoorten! En dat in een gebied waar ik pal naast woon en waar ik ook bijna dagelijks kom. Zonder nog al te veel acht te slaan op die vogels trouwens. 64 vogelsoorten leren kennen is voor mij als beginnend vogelaar al echt een hele uitdaging. Natuurlijk, een deel zal ik al kennen, maar het kan geen kwaad ze echt bewust te zien en over ze te leren. Dus ik word vogelaar in het Bentwoud en ik ga de komende maanden en jaren mijn kennis eindelijk vergroten. Ik ga de jacht openen op deze 64 soorten. Ik wil ze uiteindelijk allemaal zien en leren kennen. Als ik 64 vogelsoorten herken dan ben ik al aardig op weg om een goede vogelaar te worden vind ik. In mijn blogs neem ik jullie graag mee naar mijn ontdekkingen in het Bentwoud. Zoals gezegd: ik ben een beginnend vogelaar en ik heb weinig kennis. Het plezier en de beleving zal bij mij voorop staan en ik hoop zo anderen enthousiast te maken over wat er daar aan de rand van Zoetermeer allemaal gebeurt op vogelgebied. Lees je mee?