Terug

0 Watervogeltellingen VWG - 2026-02

Tafeleend piekt! 

Voor beide eendensoorten, tafeleend en slobeend, geldt dat de aantallen in ons telgebied niet erg tot de verbeelding spreken. De slobeend is i.h.a. maandelijks duidelijk sterker vertegenwoordigd dan de tafeleend (slechts een enkel exemplaar tot een tiental). Uitzondering is het aantal tafeleenden in de afgelopen
februari telling t.w. een all time high voor ons telgebied.

Slobeend

Het aantal slobeenden dat buiten de broedtijd (augustus – maart) in Nederland verblijft vertoont al sinds decennia een stijgende lijn. Dit ligt niet aan de eigen broedpopulatie (5900-7200 tussen 2018-2020); deze is sinds begin jaren 80 gehalveerd (en daarom is de slobeend sinds 2004 een rode lijst soort voor ons land) en lijkt nu stabiel op dat lage peil te blijven. De slobeend wordt beschouwd als een weidevogel en is een karakteristieke broedvogel van vochtige, natte graslanden en veenweidegebieden. Slobeenden van de Noordoost-Europese en Russische populatie trekken na de broedtijd naar West-Europa en blijven tijdens zachte winters in groeiende mate in Nederland overwinteren (+4% per jaar) 23.600-25.600 (2016/17-2020/21). De winteraantallen schommelen echter sterk en zijn het laagst tijdens strenge vorst.

Tafeleend

De landelijk getelde aantallen dalen al vanaf ongeveer 1980 (ca. 2% per jaar), net als overigens in verschillende andere West- en Midden-Europese landen. Het maakt vermoedelijk onderdeel uit van een verschuiving van het overwinteringsgebied binnen Europa, waarbij de vogels door gemiddeld wat zachtere winters noordelijker blijven overwinteren. De meeste Tafeleend en verblijven bij ons rondom het Markermeer en de oostelijke randmeren, tenzij dit tijdens strenge vorst grotendeels dichtvriest. Onder zulke omstandigheden nemen de aantallen langs de rivieren en in het Deltagebied sterk toe of vertrekken er grote aantallen naar de Britse eilanden.

Het geschatte maximale aantal vogels in de winter bedraagt 29.600-62.800 (2016/17-2020/21), en daarmee talrijker dan de slobeend. Dit in tegenstelling tot ons in ons telgebied waar het precies andersom is. Kennelijk zijn onze grotere plassen (Wijde Aa, Zegerplas en ook Munnikkenpolder), ’s winters niet aantrekkelijk genoeg voor grote aantallen. Voedselbeschikbaarheid kan hierbij mogelijk een rol spelen.

De telling

Bij deze telling was al te merken dat het weer voorjaar aan het worden is. Er zijn in veel van onze telgebieden namelijk al redelijk wat scholeksters waargenomen. Ook de grutto’s beginnen binnen te druppelen maar helaas nog niet gezien in onze polders tijdens de afgelopen teldagen. Wellicht zeker bij de komende telling in maart. Helaas tijdens de afgelopen telling ditmaal geen kleine zwanen meer. Met zijn allen werden ditmaal 67 soorten waargenomen verdeeld over 41107 vogels.

Opvallende waarnemingen:

  • Aalscholver (134): hiervan 30 stuks in/bij de Wijde Aa
  • Grauwe gans (3431): waarvan 1294 in polder Achthoven, 392 in de Munnikkenpolder en 388 bij Wb Kerkweg.
  • Kolgans (5614): 2548 in de Grote polder, 2038 in De Wilck en 650 bij Wb Kerkweg
  • Toendra rietgans (62): 56 stuks in de Gnephoek.
  • Grote Canadese gans (326): 110 vogels in polder Achthoven.
  • Brandgans (157): verreweg de meeste t.w. 144 exemplaren in polder Achthoven.
  • Kleine rietgans: 1 vogel eveneens (het wordt saai) in polder Achthoven.
  • Knobbelzwaan (662): waarvan 106 in de Grote polder, 118 in de Groenendijkse polder en 94 in de Hondsdijk.
  • Nijlgans (143): de meeste in de Hondsdijkse polder en polder Achthoven met respectievelijk 49 en 45 vogels.
  • Bergeend (85): waarvan 26 in polder Achthoven en 15 in de Oostbroekpolder.
  • Smient (10903): nog steeds grote aantallen in De Wilck met 5983 stuks. In de Grote polder 1032 stuks, in de Vlietpolder 700 vogels en 597 in de Oostbroekpolder.
  • Krakeend (779): 120 exemplaren in de Grote Polder, 147 in polder Achthoven en 116 bij de Wijde Aa.
  • Tafeleend: alle 42 in de Munnikkenpolder.
  • Kuifeend (78): waarvan 34 in de Munnikkenpolder.
  • Mandarijneend: 1 kleurrijke exoot in polder Achthoven.
  • Dodaars: 4 stuks ronddobberend op de Zegerplas
  • Waterhoen (182): hiervan 32 in de Hondsdijkse polder.
  • Grote zilverreiger (122): maar liefst 33 in de Groenendijkse polder en 11 in de Doespolder.
  • Ooievaar (4): 1 x in de Hondsdijk en 3 x in de Grote Polder.
  • Goudplevier (510): 463 in De Wilck
  • Kievit (5569): uiteraard nog steeds ruimschoots vertegenwoordigd in De Wilck t.w. 4305 vogels.
  • Scholekster (139): de meeste bij de Zegerplas (31 stuks) en de Groendendijkse polder (20 stuks).
  • Wulp (809): 226 in de Westbroekpolder, 210 in de Hondsdijk en 173 vogels in de Hazerswoudse Droogmakerij.
  • Kleine mantelmeeuw: de eerste dit vroege “voorjaar” in de Grote Polder.

En verder:

  • Halsbandparkiet (23): 10 x bij de Zegerplas.
  • Holenduif (57): 23 x in de Hazerswoudse Droogmakerij.
  • IJsvogel: 1 x in polder Achthoven
  • Kramsvogel: 4 bij de Zegerplas en 8 in de Vlietpolder.
  • Ringmus: 5 x in de Vlietpolder
  • Veldleeuwerik: 3 x in De Wilck
  • Zanglijster: de eerste van dit jaar in de Munnikkenpolder.
  • Blauwe kiekendief: 1 x in de Lagenwaard.
  • Sperwer (4): 1 x in respectievelijk De Vlietpolder, de Gnephoek, de Barrepolder en De Wilck.
  • Slechtvalk (2): 1 x in zowel polder Achthoven als De Wilck.