• 0 Watervogeltellingen VWG - 2026-01

    Waarvan telden we meer? Grauwe Ganzen of Kolganzen? Opvallende waarnemingen: Grauwe gans (4891): de meeste ditmaal in de Geer en Buurtpolder t.w. 934 vogels en 580 in Woubrugge Kerkweg. Kolgans (6487): er zaten maar liefst 1830 exemplaren in de Lagenwaard, 1774 in De Wilck en 1134 in de Oostbroekpolder. Toendrarietgans: 41 vogels in de Gnephoek. Er werd door de tellers getwijfeld aan eventueel taigarietgans, maar deze is zo zeldzaam in ons land, dat ik er toch toendra van heb gemaakt. Grote Canadese gans (402): de meeste t.w. 132 stuks in de Westbroekpolder. Ook 45 van deze soort in de Boterpolder. Kleine rietgans: 1 in de polder Achthoven en 2 in de Lagenwaard. Kleine zwaan: daar zijn ze dan. 30 stuks in de Hondsdijk. Nijlgans (612): hiervan maar liefst 145 in de Hondsdijkse Polder, 68 in de Vlietpolder, 65 in de Geer en Buurtpolder en 64 in de Gnephoek. Bergeend (50): er werden er 12 in de Hondsdijk geteld en 11 in de Oostbroekpolder. Krakeend (1136): 220 in de Riethoornse polder, 173 in de Gemenewegse polder, 111 in de Oostbroekpolder en 102 in de Barrepolder. Wintertaling (74): waarvan 34 in polder Achthoven Smient (9032): 4890 in De Wilck en 966 in de Grote Polder. Dodaars: 3 dreven er op de Zegerplas. Grote zilverreiger (111): waarvan 18 vogels gezien in de Lagenwaard. Ooievaar: 1 in polder Achthoven en 1 in de Geer en Buurt polder Goudplevier (60): 15 vogels in de Vlietpolder en 45 in De Wilck. Kievit (2365): 1364 in De Wilck. Watersnip: 1 vogel in De Wilck. Wulp (1016): de meeste in de Hondsdijk (330 vogels), en verder behoorlijke aantallen in de Vlietpolder, De Wilck en de Groenendijkse polder met respectievelijk 216, 151 en 117 exemplaren. Stormmeeuw (3715): de meeste in de Gnephoek t.w. 859 stuks. En verder: Fazant (58): een all time high in de polder Achthoven, t.w. 43 stuks. Grote gele kwikstaart: 1 vogel in De Wilck Cetti’s zanger: 3 stuks langs de Wijde Aa. Graspieper (73): vrijwel allemaal in de Gnephoek t.w. 70 stuks. Veldleeuwerik: 6 in De Wilck, 1 in de Gnephoek en 1 in de Hondsdijk. IJsvogel: 1 gekleurde jongen of meisje in de Barrepolder, 1 in de Vlietpolder en 1 in de HW Droogmakerij. Slechtvalk: 1 snelle vogel in de Lagenwaard. Sperwer: 1 in de Gnephoek, 1 in de Barrepolder en 1 in de Oostbroekpolder. Blauwe kiekendief: 1 x in De Wilck Havik: 1 x bij de Wijde Aa. Nader bekeken Het is wel eens aardig om tellingen van dezelfde maand (in dit geval januari) voor verschillende soorten naast elkaar te leggen. Dus "aantallen gemiddeld in januari over 10 seizoenen gemeten" De Grauwe Gans: Gemiddeld 3025 vogels De Kolgans: Gemiddeld 4280 vogels, sterk flucturend De Nijlgans laat in aantallen een behoorlijk stabiel beeld zien, met uitzondering van de laatste januari telling. Gebruikelijk zaten de tellingen tussen de ca 100 en 250 vogels maar in de afgelopen januarimaand waren dat er plots 612. D.w.z. 3 tot 4 x zoveel. De Goudplevier. De goudplevier laat in de januarimaand een erg negatief beeld zien, een 50 tot 100-voudige afname. Heeft dit te maken met de zachter wordende winters? Is januari de laatste jaren gemiddeld warmer geworden? Van 4000 naar minder dan 100 nu. Foto: Kolganzen - Ton Renniers

  • 0 Watervogeltellingen VWG - 2025-12

    Winnaars en verliezers, maar eerst de leukste waarnemingen van december 2025 op een rij: Grauwe gans (5823): de meeste ditmaal in de Riethoornse Polder t.w. 1387 vogels en 763 in Polder Achthoven. Kolgans (5803): er zaten maar liefst 3600 exemplaren in de Lagenwaard. Toendrarietgans: 3 vogels in Polder Achthoven. Nijlgans (272): hiervan 65 in de Hondsdijkse Polder. Knobbelzwaan (886): hiervan zijn er 132 in de Geer en Buurt Polder geteld, 122 in De Wilck en 113 in de Grote Polder. Zwarte zwaan: 6 exemplaren van deze exoot in de Riethoorse Polder. Dodaars: 3 vogels op de Zegerplas. Krakeend (870): 462 vogels in de Riethoornse Polder en 92 in de Vlietpolder. Slobeend (58): 36 stuks in De Wilck en 15 in de Oosbroekpolder. Tafeleend: 2 x in de Munnikkenpolder. Smient (10004): flinke aantallen in De Wilck t.w. 6722 stuks en ook 975 in de Groenendijk. Waterhoen (203): de meeste weer in de Riethoornse Polder namelijk 65 vogels. Koereiger: 2 in De Wilck en 1 in Polder Achthoven. Grote zilverreiger (110): waarvan 17 in de Lagenwaard, 15 in de Wilck, 14 in de Riethoornse Polder en 12 in de Oostbroekpolder. Kleine zilverreiger: 2 in de Wilck en 3 in de Hazerswoudse Droogmakerij. Ooievaar (3): 1 exemplaar in zowel Polder Achthoven, de Lagenwaard en de Hondsdijk. Lepelaar: 1 winterblijver (?) in Polder Achthoven. Goudplevier: 550 vogels geteld in De Wilck. Kievit (4570): in De Wilck (1975 stuks) en de Geer en Buurt Polder (650 stuks). Maar ook 500 in zowel de Riethoornse Polder als de Munnikkenpolder. Watersnip: 10 van deze baggerwroeters in De Wilck. Wulp (593): de meeste in de Vlietpolder t.w. 294. Verder 105 en 78 van deze soort in respectievelijk De Wilck en de Westbroekpolder. Stormmeeuw (1955): 650 bij Woubrugge Kerkweg. En verder: Fazant (30): 21 uiteraard weer in Polder Achthoven. Turkse tortel (90): 50 stuks in de Doespolder. Halsbandparkiet (49): 15 bij de Zegerplas en 11 in de Munnikkenpolder. Grote gele kwikstaart: 1 in de Doespolder en 1 in de Oostbroekpolder. IJsvogel: 1 blauwe flits was actief aan het vissen in de Barrepolder en 1 aanwezig in deMunnikkenpolder. Cettis’ zanger (4): 3 in de Munnikkenpolder en 1 bij de Weide Aa. Goudhaan: 7 bij de Zegerplas en 1 bij Woubrugge Kerkweg. Putter (39): waarvan 35 bij de Oostbroekpolder. Vink (85): zomaar 53 in Polder Achthoven. Kauw (660): hiervan 216 stuks in de Grote Polder. Slechtvalk (4): 2 exemplaren in de Hondsdijk en 2 in De Wilck. Sperwer (6): er werden 2 vogels gezien in Grote Polder en telkens 1 in respectievelijk deBarrepolder, de Oostbroekpolder, De Wilck en de Gnephoek. Winnaars en verliezers Ik heb over de eerste helft van het telseizoen over de laatste 10 jaar (vanaf seizoen 16/17) gekeken naar de totaal waarnemingen (is niet hetzelfde als totaal aantal individuen) van verschillende soorten in de maanden oktober, november en december. Over deze periode heb ik de winnaars (lees toename) en verliezers (lees afname) geprobeerd er uit te lichten. Het gaat dus om een trend in de laatste 3 maanden van het jaar van genoemde jaren. Onder de zangvogels is de Cetti’s zanger de grote winnaar. Het gaat nog om lage aantallen, maar de ontwikkeling is overduidelijk. Echte verliezers lijken er niet te zijn onder de zangvogels, hoewel er van jaar tot jaar soms behoorlijke schommelingen worden gezien. Bij de watervogels is de grote winnaar de koereiger (hoewel het ook bij deze soort nog om lage aantallen gaat) De grote verliezer de kleine zwaan. De brandgans ziet er wel erg positief uit ten opzichte van voorgaande gelijke perioden, maar het kan een toevallige uitschieter zijn. De goudplevier lijkt een licht dalende trend te volgen. De grauwe gans laat licht stijgende aantallen zien sinds 2016/17 binnen de gekozen periode. Tot slot, de fazant is de laatste jaren structureel onmiskenbaar in aantal toegenomen t.o.v. de periode 2016 t/m 2020. Aan het eind van dit telseizoen zal nog een keer worden gekeken op basis van 6 telmaanden. Foto: Ton Renniers

  • 0 Watervogeltellingen VWG - 2025-11

    Kleine Zilverreiger Buiten broedtijd Tot 1979 beschouwd als dwaalgast, is de Kleine Zilverreiger tegenwoordig een normale verschijning in met name Wadden- en Deltagebied van Zeeland en Zuid-Holland. In het diepe binnenland blijft hij schaars. De piek van verspreiding valt in oktober. Ook bij ons wordt deze soort tijdens de wintertellingen (oktober t/m maart) soms in kleine aantallen waargenomen. Vermoedelijk waren er in het verleden ook kolonies Kleine Zilverreigers in Nederland, maar verdwenen ze al eeuwen geleden. Na een incidenteel broedgeval in 1979 nestelt de soort vanaf 1994 jaarlijks en in toenemende mate in ons land. Deze ontwikkeling spoort met de noordwaartse uitbreiding in Frankrijk en de vestiging van een omvangrijke broedpopulatie in Engeland. Het overgrote deel van de Nederlandse broedparen huist in het Deltagebied, gevolgd door de Waddeneilanden en telt ongeveer 180 broedparen in 2024. Langdurige vorstperioden leiden tot aanzienlijke sterfte onder de overwinteraars. De trend correspondeert dan ook goed met die van de broedvogels, met inzinkingen na koudere winters. In de broedtijd Vermoedelijk waren er in het verleden ook kolonies Kleine Zilverreigers in Nederland, maar verdwenen ze al eeuwen geleden. Na een incidenteel broedgeval in 1979 nestelt de soort vanaf 1994 jaarlijks en in toenemende mate in ons land. Deze ontwikkeling spoort met de noordwaartse uitbreiding in Frankrijk en de vestiging van een omvangrijke broedpopulatie in Engeland. Het overgrote deel van de Nederlandse broedparen huist in het Deltagebied, gevolgd door de Waddeneilanden en telt ongeveer 180 broedparen in 2024. Af en toe nestelt de soort in de Oostvaardersplassen. Onze broedvogels overwinteren in eigen land of niet ver weg en blijken gevoelig voor strenge vorst. Inzinkingen in de landelijke aantallen hangen samen met relatief koude winters. Dit laatste is ook duidelijk te zien in de grafieken hierboven.  In Zuid Holland De Kleine Zilverreiger broedt in Zuid-Holland, met name in het zuidwesten zoals het Voornes Duin (Quackjeswater) en het Deltagebied (o.a. Zuid-Hollandse/ Brabantse Biesbosch), vaak in kolonies met andere reigers of meeuwen in riet, struiken en bomen. In de Biesbosch betrof het 42 broedparen in 2023. Opvallende waarnemingen 11-1025 Grauwe gans (4148): hiervan 620 vogels in de Hondsdijk en 545 in de Groenendijk. Grote Canadese gans (825): 291 exemplaren in de Riethoornse polder, 144 in de Grote polder en 116 in de Westbroekpolder. Kolgans (2356): 917 vogels in de Oostbroekpolder en 725 in de Groenendijk. Knobbelzwaan (681): hiervan 115 in de Oostbroekpolder. Nijlgans (237): waarvan 80 in de Lagenwaard. Krakeend (606): waarvan ca. 45% in de Riethoornse polder t.w. 267 vogels. Slobeend (75): 56 werden er geteld in De Wilck. Wintertaling (67): hiervan 41 eveneens in De Wilck. Smient (5902): 2325 van deze fluiters in De Wilck. Aalscholver (152): 48 stuks in de Groenendijk Waterhoen (187): er zaten er 58 in de Riethoornse polder. Waterral: 1 exemplaar in de Munnikkenpolder en 1 x in de Riethoornse polder. Koereiger (20): 14 in de Wilck en 6 in de Gemenewegse polder. Kleine zilverreiger: 2 vogels in de Munnikkenpolder en 1 in De Wilck. Ooievaar (6): waarvan 4 in de Barrepolder. Goudplevier (1447): verreweg de meeste in de Barrepolder en De Wilck met respectievelijk 701 en 724 vogels in De Wilck. Kievit (5617): 500 vogels in de Barrepolder, 700 in de Geer en Buurt polder en uiteraard de meeste, t.w. 3379, in De Wilck. Watersnip (28): 1 in Achthovener polder, 10 in de Oostbroekpolder en 17 in De Wilck Wulp (561): hiervan 260 in de Achthovener polder en 110 in de Hondsdijk. Kokmeeuw (1600): hiervan 480 bij de Zegerplas. Stormmeeuw (1446): waarvan 690 bij Woubrugge Kerkweg. Zilvermeeuw (132): de meeste vogels in de Grote Polder t.w. 47 exemplaren. En verder: Fazant (32): met 23 stuks staat de Achthovener polder weer ver bovenaan. Turkse tortel (84): 55 vogels in de Doespolder. Groene specht: 1 lachertje in de Munnikkenpolder. Grote gele kwikstaart: 1 x in de Gemenewegse polder. IJsvogel: 2 waarnemingen in de Barrepolder Kramsvogel (184): 50 vogels in zowel de Vlietpolder als in De Wilck en 42 in de Hondsdijk. Cetti’s zanger (6): 1 vogel in respectievelijk de Geer en Buurtpolder, de Wijde Aa, de Achthovener polder en De Wilck en 2 vogels in de Riethoornse polder. Goudhaan: 2 mini vogeltjes bij de Zegerplas. Vuurgoudhaan: 5 andere mini vogeltjes in de Munnikkenpolder. Putter (69): best veel deze telling. De meeste in de Oostbroekpolder en de Vlietpolder met respectievelijk 35 en 20 vogels. Veldleeuwerik: 1 exemplaar in de Gnephoek. Staartmees (36): hiervan 24 in de Hondsdijk. Ringmus: 6 stuks in de Grote polder. Slechtvalk: 2 exemplaren in De Wilck en 1 bij Woubrugge Kerkweg. Sperwer: 2 in de Grote Polder en 1 in de Munnikkenpolder. Blauwe kiekendief: 1 vogel in de Achthovener polder.  

  • 0 Watervogeltellingen VWG - 2025-10

    Opvallende waarnemingen Grauwe gans: van de in totaal 3085 vogels zaten de meeste in De Wilck en de Geer en Buurt polder, respectievelijk 577 en 582 stuks. Grote Canadese gans (875): hiervan 213 in de Oostbroekpolder. Brandgans (495): hiervan verreweg de meeste t.w.465 in de Oostbroekpolder. Nijlgans (357): 74 exemplaren in de Hondsdijkse polder. Zwarte zwaan 1 exemplaar in de Riethoornse polder. Krakeend (516): van deze soort 143 in De Wilck en 100 in de Riethoornse polder. Wintertaling (86): hiervan maar liefst 60 in de Munnikkenpolder. Smient (3626): waarvan 1538 in De Wilck. Waterral: 1 vogel werd waargenomen bij de Zegerplas. Grote zilverreiger (127): waarvan maar liefst 21 in de Groenendijkse polder. Koereiger: dit wordt inmiddels een regelmatige gast in ons gebied. Dit keer 8 in De Wilck. Door ondergetekende zijn er tijdens de telling van de Barrepolder ook 4 gezien in de Grote polder Zuid Wulp (803): zowel in Vlietpolder als Doespolder 200 exemplaren (zelfde groep??) en 127 in de Gemenewegse polder. Goudplevier (317): hiervan 286 vogels (90%) in De Wilck. Scholekster: 1 (erg) laat exemplaar in de Hazerswoudse Droogmakerij. En verder Houtduif (237): van deze soort 73 stuks in de Achthovener polder. Steenuil: 1 exemplaar in de Geer en Buurtpolder. De laatste waarneming  van deze soort tijdens de wintertellingen was in 2018. IJsvogel (5): 1 exemplaar in zowel de Hondsdijkse als de Achthovener polder en 3 stuks in De Wilck. Groene specht: 1 vogel bij de Zegerplas. Graspieper (24): 10 x bij Woubrugge Kerkweg en 9 x in Achthovener polder. Grote gele kwikstaart: alle 5 in de Riethoornse polder. Roodborst (47): hiervan 22 in de Munnikkenpolder. Veel particuliere tuintjes daar. Roodborsttapuit: 1 in de Achthovener polder en 2 in de HW Droogmakerij. Kramsvogel (116): 15 in de Doespolder en maar liefst minimaal 101 in de Munnikkenpolder. (Werpt de aanplant van besdragende struiken door onze VWG bij de oeverzwaluwenhut letterlijk en figuurlijk zijn vruchten af). Koperwiek (43): hiervan 24 vogels in de Munnikkenpolder. Cetti’s zanger (20): De opmars van deze soort gaat maar door en door. Een nieuw record voor ons gebied. Het vorige record is uit het hele telseizoen van 23/24 waarbij we uitkwamen op 18 waarnemingen en nu zijn we met 2 maanden onderweg daar al overheen. Hoewel, het gevaar van dubbeltelling bij deze soort ligt wel op de loer, omdat de territoria vrij groot zijn en de zingende mannen zich snel kunnen verplaatsen tussen de zangposten. M.a.w. een vogel op het ene moment ter plekke en even later 300 meter (tevens fusieafstand) verder, kan dezelfde vogel zijn. Toplocatie dit keer de Munnikkenpolder met 7 waarnemingen. Daarnaast 3 stuks bij zowel de Wijde Aa als in de Riethoornse polder. Verder nog waarnemingen in 6 andere van onze telgebieden (zie het totaaloverzicht). Staartmees (63): hiervan 23 stuks in de Hondsdijkse polder. Putter: van de 41 zaten er 40 in de Doespolder. Keep: eveneens in de Doespolder werd 1 exemplaar geteld. Goudhaan (10): er werden er 5 geteld bij de Zegerplas, 2 in de Munnikkenpolder en 3 in de Achthovener polder. Vuurgoudhaan: 1 bij de Zegerplas. Ringmus (45): 31 in de Munnikkenpolder en 14 in de Achthovener polder. Sperwer (4): 1 vogel in respectievelijk de Doespolder, Woubrugge Kerkweg, de Achthovener polder en de Riethoornse polder. Slechtvalk: 2 vogels in De Wilck. Havik: 1 vogel in de Geer en Buurtpolder Foto: Koperwiek - Ton Renniers

  • 0 Watervogeltellingen VWG - 2025-03

    Uit de resultaten blijkt duidelijk dat de winter wel voorbij is. De hoeveelheid ganzen (m.u.v. de kolgans) nemen af terwijl de weidevogels en diverse zangvogels in aantallen toenemen. Hieronder de meest in het oog springende waarnemingen. Met één heel bijzondere! Grauwe gans (1510): hiervan 377 in de Munnikkenpolder. Kolgans (3869): waarvan de meeste in de Wilck (2147) en de Oostbroekpolder (1316). Mogelijk deels dezelfde groep omdat deze 2 aangrenzende polders een dag na elkaar zijn geteld. Grote Canadese gans (364): hiervan 122 vogels in de Oostbroekpolder. Brandgans (132): waarvan 60 in de Oostbroekpolder en 46 in polder Achthoven. Knobbelzwaan (612): 106 in de Gnephoek en 126 in de Grote Polder. Bergeend (95): 17 zowel in polder Achthoven als in de Oostbroekpolder. Smient (4366): zoals zo vaak de meeste in De Wilck t.w. 3292 stuks. Pijlstaart: 3 in polder Achthoven en 2 in De Wilck. Krakeend (524): hiervan 87 in de Riethoornse polder, 63 in polder Achthoven en 56 in de Gemenewegse polder. Kuifeend (76): 43 in de Munnikkenpolder. Wintertaling (75): waarvan 29 in polder Achthoven en 26 in De Wilck. Waterhoen (219): hiervan de meeste in de Riethoornse polder t.w. 40 exemplaren en 32 vogels in de Hondsdijk. Koereiger: 3 stuks in de Boterpolder. Roerdomp: 1 opvliegend exemplaar in de Munnikkenpolder. Lepelaar: 3 in de Grote polder en 1 in de Barrepolder. Ooievaar: 1 in de Gnephoek en 2 in de Grote Polder. Watersnip (9): 2 in de Munnikkenpolder, 3 in polder Achthoven en 4 in De Wilck. Grutto (315): waarvan maar liefst 226 in de Munnikkenpolder. Tureluur (57): hiervan 25 exemplaren in De Wilck. Scholekster (418): 78 bij de Wijde Aa. Kemphaan: 3 vogels in de Oostbroekpolder. Kokmeeuw (771): hiervan 610 in de Riethoornse polder. En verder: Slechtvalk 1 x in De Wilck. IJsvogel 1 x in de Riethoornse polder. Cetti’s zanger 3 x bij de Wijde Aa en 2 x in de Munnikkenpolder. Gele kwikstaart 1 x in de Grote Polder. Witte kwikstaart (25): hiervan 10 stuks in de Groenendijkse polder. Rouwkwikstaart 1 vogel in de Oostbroekpolder. Holenduif (50) hiervan 32 in polder Achthoven. Houtduif (227) de meeste in Polder Achthoven (44) en de HW Droogmakerij (27). Kramsvogel 2 x in Woubrugge Kerkweg. Ringmus 2 x in de Grote Polder en 2 x in de Hondsdijk. Roerdomp De laatste 10 seizoenen wordt de roerdomp tijdens onze watervogel/wintertellingen niet erg vaak gemeld in ons gebied (1 x in seizoen 15/16 en 1 x in seizoen 24/25). Dit lijkt louter toeval maar tijdens strengere winters wagen de roerdompen op zoek naar voedsel zich vaker buiten hun dekking en worden dus vaker gezien. Onze winters zijn, zeker de laatste 10 jaar, zachter geworden en dus valt de de roerdomp minder op en worden er minder geteld. Onze waarnemingen lijkt dat te weerspiegelen. Ze zijn er dus wel degelijk, maar wel in lage aantallen. Aan het Spookverlaat overwintert al jarenlang 1 exemplaar (soms 2). Ook langs de Wijde Aa wordt hij met enige regelmaat waargenomen, zij het niet elk jaar. Niet direct in ons telgebied maar aangrenzend, t.w. bij de Starrevaart, wordt hij eveneens jaarlijks waargenomen. Foto: Roerdomp (c)Ton Renniers