Met de zwaluwen mee naar Afrika
Bennie van den Brink komt vertellen over de Boerenzwaluw, het is de rode draad in deze lezing. Er wordt verteld over broedgedrag, slaapgedrag en verder verblijf in ons land. Vervolgens wordt de trek naar en het verblijf in de Afrikaanse winterkwartieren belicht. Er wordt veel verteld over vogeltrek en ringonderzoek.
De spreker heeft diverse reizen naar Afrika gemaakt, o.a. naar Botswana en Zambia, met het doel daar onderzoek te doen naar de Boeren¬zwaluw in diens overwinteringsgebieden.


Verslag 23 maart 2017
Beelden worden getoond van het land, het onderzoek en de avifauna in Afrika. Moerasgebieden met rietvelden vormen voor de overwinterende zwaluwen belangrijke plaatsen waar ze met honderdduizenden, soms miljoenen tegelijk, overnachten. Tenslotte wordt ook over de gevaarvolle terugreis van de Boerenzwaluwen naar de Europese broedgebieden verteld, waarbij de oversteek van de Sahara en de Middellandse Zee een belangrijke rol speelt. De kleine eilandjes vormen voor alle trekvogels belangrijke stapstenen op weg naar het noorden. Beelden van een dergelijk eilandje, Ventotene, illustreren dit.

In 2011 en 2012 werden 100 boerenzwaluwen uitgerust met een geolocator, een piepklein apparaatje dat dagelijks vastlegde waar de vogels zich bevonden. De teruggekeerde zwaluwen brachten opzienbarende resultaten mee in hun rugzakje. De resultaten hiervan worden getoond.

Het was een interessante avond waar we veel leerden over met name de boerenzwaluw. Hoe langer de staart hoe aantrekkelijker het mannetje is voor de vrouwtjes, een leuk weetje waar je als mens verder niets aan hebt maar voor de soort zeer belangrijk. Interessant was ook te horen dat de jonge zwaluwen na een week of drie gaan zwerven en 's avonds gaan slapen in het riet. Op sommige plaatsen kan je dan in de schemer zeer grote zwermen tegen komen. Deze kleine vogeltjes leggen in het najaar zo'n 8000 tot 10.000 km af om te gaan overwinteren in Afrika. De tijd dat ze daar verblijven is ongeveer de tijd dat ze in de rui zijn. Deze rui verloopt anders dan bij veel andere vogels. De pennen vallen een voor een uit, pas als de uitgevallen veer weer is aangegroeid valt de volgende uit. Dit kan je mooi zien aan de kleuren van de veer. Met kleine zenders die op de vogels waren aangebracht kon in beeld gebracht worden hoe de route is die ze zowel in het voorjaar als in het najaar afleggen. Het project in Botswana liet zien dat het overleven van de zwaluwen afhankelijk is van de regenval in het land. Geen regen, geen rivier en dus geen riet. Meer over Bennie's onderzoek en over de boerenzwaluw is te vinden op www.boerenzwaluw.nl.

Bennie van den Brink is geboren op 6-2-1949, hij was van beroep leraar (hoofd basisschool) en vanaf 1970 als vrijwilliger betrokken bij het ringonderzoek in Nederland. De boerenzwaluw heeft zijn bijzondere interesse en dat heeft geleid tot het opzetten van onderzoek naar overleving en jongenproductie in Nederland alsook naar overleving en conditie in de Afrikaanse overwinteringsgebieden in Botswana en recentelijk in Zambia.
- In 2005 kreeg hij van Vogelbescherming – Sovon de Prof. Herman Klompprijs voor zijn inspanningen voor onderzoek en bescherming van de boerenzwaluw.
- Van 2007 tot 2014 deed hij ringonderzoek aan boerenzwaluwen in Zambia.
- In 2013 kreeg hij een koninklijke onderscheiding voor al zijn werk aan de boerenzwaluw.


Georganiseerd door
VWG


Meer informatie bij
Public Relations: