Start
»
Activiteitenkalender
»
Activiteiten per maand
»
Bekijk activiteit
Utrechtse Heuvelrug
Wintergasten en standvogels
Verslag 15 februari 2015
Vandaag bezochten we, om 8.00u vertrokken vanuit Boers, 4 gebiedjes op de Utrechtse Heuvelrug. Globaal het afwisselende, vaak bossige gebied, dat oostelijk van Utrecht begint en doorloopt tot de Grebbeberg bij Rhenen/Wageningen. Tussen de A12 en de Nederrijn.
Een schitterende en heel gezellige dag, 's morgens nog wat vrieskoud, maar later op de dag snel warmer. Goed voelbaar, dat de zon al veel kracht had. We waren met z'n 18-en (er waren op het laatst helaas nogal wat afzeggingen, vanwege de nog steeds heersende griep in Nederland),
waardoor we niet hoefden te splitsen. Bert was excursieleider.
Bij het wachten op Johan en Yolanda uit Heemskerk, stond ik een beetje afzijdig mijn 1ste boterham te eten, waarop al snel een roodborst, bijna tot aan mijn voeten, kwam bedelen. Wat zijn dit aparte vogeltjes!
We begonnen met een wandeling van 6km in het Leersumse Veld. Mooi oud bos, met door elkaar staande vliegdennen en loofbomen, met op een bepaald moment rechts van ons een groot ven. Op het laatst liepen we door een heideveld. Bert vertelde me, dat je 's winters meer vogelsoorten kunt verwachten in bossen met ook naalddragende bomen (dennen en sparren), dan in uitsluitend loofhout. “Als loofbomen in mei weer alle volgroeid blad hebben, biedt zo'n loofbos weer voldoende zichtbescherming en voedsel voor allerlei andere soorten”.
Hoe spot de ervaren vogelaar (m/v) in een bos, merkte ik vandaag op? In eerste instantie via zijn oren. Eerst wordt de soort gehoord, dan de verrekijker gericht en komt de glanskop, boomklever en -kruiper, groep sijzen, kuif- en zwarte mees ('fietspompje') en goudhaan in beeld. De grote bonte was talrijk aanwezig, elke 100 meter wel, zo leek het. Op de kleine bonte specht was wel gehoopt, maar die liet verstek gaan. De grote lijster werd gehoord.
Wat op mij veel indruk maakte was een paartje (?) zwarte spechten. Pas 2x gezien in mijn leven. Niet zo verwonderlijk, want het zijn schuwe beesten. Luid weergalmend vlogen ze na elkaar boven de bomen van ons weg. Hij hakt elk jaar een nieuw nest in dikke loofbomen, waar in de jaren daarna boommarters, bosuilen en andere soorten gebruik van maken.
Vervolgens reden we naar Kasteel Broekhuizen, daar vlakbij. Google op Kasteel Broekhuizen afbeeldingen, en er verschijnen tientallen foto's van gebouw en directe omgeving. Wij liepen eerst door loofbos, waardoorheen een stilstaand ondiep water slingerde. Op een bepaald moment voor in de groep opwinding: een ijsvogel op een tak, verderop in een ronding van dit water! Shhhhttt!
Het duurt dan altijd even, voordat de hele groep zo'n pareltje in de kijker heeft gekregen.
Daarna, doorlopend, in de vijver achter het kasteel: brandganzen, kuif- en krakeenden, en na een tijdje een paartje – 'hé, een roombuik' – een paartje grote zaagbekken. Bert, op mijn vraag : “Brandganzen hebben een bijna volledig witte kop, Canadese een half witte, half zwarte. Diagonaal, van oor naar kin, loopt de afscheiding tussen wit en zwart”. Ter afsluiting, de handschoenen konden inmiddels uit, een afwisselend gebied door - met weilanden, slootjes, heggen en bomenrijen. In het luchtruim een paartje rondcirkelende buizerds.
Daarna reden we verder oostwaarts, over de N225, de provinciale weg, die voert van Doorn, over Leersum, Amerongen, Elst, Rhenen, door de Nude (kersen!) tot aan Wageningen. Vlak voor Elst stopten we en liepen naar een platform op hoge palen aan de andere kant van de weg. Met uitzicht over water, eilandjes en wat drooggevallen gebied. Strangen worden ze genoemd, afgesneden waterpartijen van een rivier, in dit geval de Nederrijn. Jammer, dat de al laagstaande zon, recht tegenover ons, alle vogels hun kleuren ontnam. Veel bergeenden, kieviten, wat wintertalingen en een eenzame tureluur. En steeds ontdekt de geconcentreerde spotter, die eerst en vooral voor de vogels komt, in een andere hoek van het terrein een nog niet geziene soort: de groene specht hangend aan een boom.
Als 4e en laatste gebied de uiterwaarden aan de westkant van Amerongen - een prachtig plaatsje - met ook aan die kant kasteel Amerongen. Voor enkelen, waaronder ikzelf, was het toen wel genoeg. Wij liepen nog wel een stuk de uiterwaard in mee, maar zouden geen bezwaar gehad hebben, als de groep daarvoor besloten had om een terras op te zoeken.
Verderop stond deze uiterwaard gedeeltelijk onder water. Daar gingen 5 reeën achter elkaar te water, opgedreven door …, ja misschien wel door ons. Even later weer terug het gras op, omdat ze eigenlijk geen kant op konden. Daar dan uiterst gespannen afwachten en uitkijkend of er mensen, hun enige vijand, dichterbij zouden komen.
De subgroep, die verder het gebied inliep, zag nog dodaars, pijlstaart en grote zilverreiger.
Daarna ter afsluiting toch dat terras. Keurig op een rij naast elkaar, alsof het restaurant (een verbouwde vroegere paardenstal van het Kasteel) gerekend had op exact ons aantal.
Teruglopend naar de auto's, begreep ik – mij verwonderde dit in het geheel niet na zo'n dag, met dit weer – dat een ieder het een geslaagde, relaxte en gezellige dag had gevonden. Totaal 13km gestruind.
Om 17.15u terug bij Boers.
Bert, Ton en John, en - waarom ook niet – de anderen: dank voor deze dag!
Dik Elzenga
Georganiseerd door
VWG
Meer informatie bij
Jan Hoogeveen