Een rondje GoeREE Overflakee
Wintergasten en reeën


Verslag 20 februari 2011
De dag voor de excursie hadden de organisatoren ons de route met kijkhutten en uitzichtpunten toegestuurd. Een goed initiatief. Met de landkaart erbij had ik me zo de avond ervoor al een beetje kunnen oriënteren. Ik kan met deze beschrijving de route ook nog eens in andere jaargetijden afleggen. Iets wat ik overigens meer deelnemers hoor-de fluisteren.



Vóór 8.00 uur, de afgesproken vertrektijd, was iedereen al aanwezig. Met drie wagens vertrokken 12 vogelaars naar Goeree. Dat het beter GoeREE kan heten, wisten we toen nog niet. Maar daarover later meer.



De eerste stop was bij de Hellegatsplaten. Bij het uitstappen en de wandeling naar de kijkhut bij het Ventjagersgaatje kwamen we erachter dat het een koude dag zou worden. Een temperatuur van net boven nul in combinatie met de ook nu weer aanwezige wind op de Zuid-Hollandse eilanden zorgde hiervoor. De score vanuit deze kijkhut was een enkele gans en eend. Teleurstelling. Maar er was nog een plekje waar Jan ons naartoe loodste en waar duidelijk meer te zien was. Er zaten Grote Zaagbekken en Brilduikers. Tijdens de koffie op de parkeerplaats ook nog even wat Holenduiven gezien.

Na de koffie door naar Den Bommel waar we Wintertalingen konden bijschrijven. Bij het buitendijkse gebied dat wat verderop ligt, werden al snel meer eenden gezien en een erg grote hond die aan een dode Zwaan stond te rukken. Menno hoorde met zijn scherpe gehoor Staartmezen in de bosjes. Aan de andere kant van de weg zagen we de eerste Middelste Zaagbekken. De zon begon een beetje door te komen, dus het begon er veelbelovend uit te zien.

Inmiddels hadden we drie van de zeven geplande stops gehad en vonden we de opbrengst toch een beetje tegenvallen. Ton begon zich al af te vragen of Nederland nog wel een vogelland is. Natuurlijk wel! Zo snel werkt die bezuiniging op natuur niet. Gelukkig sloeg bij de volgende stop bij het buitendijkse gebied net voor Stad aan het Haringvliet alles om. De zon kwam er echt door. Grote groepen Brandganzen en Wulpen. En ineens dook er een Havik op. Niemand had erop gerekend dat die in deze biotoop zou opduiken. Ik had het geluk in de auto te zitten waar hij pal langs vloog. Prachtig. Echt één van de hoogtepunten van de dag. Toen we wat verderop langs de weg stonden, werden we ingehaald door iemand die wist te vertellen dat er tussen de Brandganzen een Roodhalsgans zou zitten. TERUG!!! Zo’n kans wil je niet laten schieten. Een zeldzame vogel voor ons land en ook heel mooi. Ik heb hem zelf slechts één keer gezien. Dat was op Texel tussen een groep van een paar duizend Rotganzen bij De Cocksdorp. Er zaten twee groepen Brandganzen en we hebben met 12 ervaren vogelaars elke vogel bekeken, maar je raadt het al: de Rood-halsgans niet gevonden. Jammer, maar toch was het een prachtige plek om vogels te kijken. In de zon en achter de auto’s uit de wind was het ook nog lekker.



Nu op zoek naar een nieuw gebiedje (Pallandpolder) met een nieuwe kijkhut. Een jong gebied dat toch al mooi vol met riet staat. In het water tussen het riet waren veel Wintertalingen te zien en nu de zon erop stond waren ze natuurlijk nog mooier dan degene die we eerder zagen. De Wintertaling vind ik echte een zonvogel. De kleuren spatten eraf als de zon erop staat. Zeker een gebied om te onthouden, want het komende voorjaar zullen de Rietzangers en Karekie-ten zich hier vast laten horen en zien. Als je ernaar toegaat, zoek wel goed uit hoe je er het handigst komt. Wij zaten op een doodlopend smal pad, waar het lastig keren was.



De Slikken van Flakkee aan de andere kant van het eiland stonden nu op het programma. Op de weg ernaar toe gaf een man Blauwe Kiekendief nog een mooie vliegshow weg boven een akker. Iedereen kon deze vogel goed zien vanuit de auto’s op de dijk. Ook bij de Slikken konden we na 100 meter lopen vanaf de parkeerplaats volop eenden bekijken. Verschillende soorten konden we van dichtbij bekijken en ook een Grote Zilverreiger liet zich goed bewonderen. Op de slikken stond een onvoorstelbaar grote groep Rotganzen. Als je deze groep van links naar rechts scande met je telescoop, leek er geen eind aan te komen. Het was echt een zwarte streep van enkele honderden meters. Het moeten er duizenden geweest zijn. Toen we uit het duinbos kwamen en we richting open weiland gingen, werd een drietal Goudvinken (2 man, 1 vrouw) in een struik gezien. Dit bleek een opwarmertje voor wat er verder in het weiland zat, liep en lag. De telescopen werden opgesteld om het gebied af te scannen. Buizerds, Kieviten, Bonte Strandlopers en Goudplevieren werden al snel gezien. “Daar in de verte lopen ook wat reeën. Een stuk of 5”, werd gezegd. We liepen verder om wat dichterbij te komen. De Bontjes en Goudplevieren lieten zich prachtig zien en konden door iedereen goed bestudeerd worden. Later dook een groepje leeuweriken op. Er zat een vreemde tussen die voor wat verwarring zorgde en mogelijk een bijzondere Leeuwerik (Drieteen of Kortteen)was. Uiteindelijk toch niet. Allemaal gewone Leeuweriken. Ik hoop ze snel weer te horen zingen; dat is echt zomer. Geduld. De reeën nog eens geteld. Een stuk of 15. Nóg een keer geteld. Het waren er nu al 21. Nog één keer geteld. 30 STUKS! Onvoorstelbaar. Zoveel heb ik er nog nooit bij elkaar gezien. Misschien zelfs in mijn hele leven nog niet.
GoeREE komt dus echt van Goede Ree.



We gingen terug naar de parkeerplaats. Hier had inmiddels iedereen de voorraad in de auto van Menno ontdekt. Toet bleek volop eten en drinken voor iedereen te hebben. Nogmaals bedankt, Toet! Het maakte het slot van de excursie extra leuk. Na de laatste versnaperingen gingen we weer op Broers aan, waar we om half vijf aankwamen.
Een dag die moeizaam op gang kwam - qua vogels én weer - groeide uit tot een prachtige vogeldag met mooie waarnemingen. John Blaricum


Georganiseerd door


Meer informatie bij
Jan Hoogeveen