Ledenweekend in Linde
Op de derde dag van ons weekend weg bezoeken we o.a. de Weerribben.


Verslag 11 oktober 2020
Ook de derde dag van ons weekend haalde Nrd-Nederland de regenachterstand, opgelopen in de droge zomers van de laatste drie jaar, in. Dit is een ingewikkelde manier om te zeggen dat het ook vandaag veel regende.
Er stonden 7 plekken op de planning van Yolande en Johan, maar de laatste 3 hebben we niet bezocht vanwege – u raadt het al – de regen. Om 12.30u braken we op, en aanvaardden we de terugweg.

Die halve dag hebben we overwegend doorgebracht in de Weerribben. Dit waterrijke gebied ligt in de uiterste NW-hoek van Overijssel, tegen Friesland aan. Niet ver van nieuw land, nl. de NO-polder, die eind jaren 30 van de vorige eeuw is drooggelegd, nadat er een afsluitdijk was aangelegd. Met andere woorden de Weerribben is (zijn?) een gebied dat een eeuw geleden niet ver van de Zuiderzee lag.
Zoals veel plassen in Nederland is het gebied ontstaan door de winning van turf. Men groef hier rechtlijnige sleuven veengebied af, die ernaast als turf op land te drogen werd gelegd (‘ribben’). De Weerribben moet altijd een nat gebied geweest zijn, getuige plaatsnamen als Muggenbeet en Moddergat. En wellicht verstoken van scholen en cultuur, ook het dorp Luttelgeest ligt hier. Wees niet bang, daar zijn we niet geweest; wel in een Bezoekerscentrum van SBB, vlakbij Ossenzijl. Een aangename ruime plek, mooi ingericht. Ik kocht er wat kaarten en enkele boekjes van de ANWB (Planten en Insecten).

Nu de vogels. Sinds vandaag, wo 14 okt., weet ik dat er 65 soorten gezien zijn. Veruit het leeuwendeel daarvan niet deze zondag. Zelfs geen nieuwe soorten, geloof ik. ‘Geloof ik’? Ja, ik weet het niet zeker want mijn geheugen neemt de laatste jaren sterk af nu ik recent de 70 bereikt heb en niet altijd een gezonde leefstijl heb nagestreefd. Ik was deze dag ook moe. Behalve Wiel Arets was ik de enige chauffeur die een bijrijder (Ans Looman) in de auto had, dus naast uiteindelijk ca. 500km chaufferen wil je niet steeds je mond houden.
Enkele opmerkingen over een soort, de Torenvalk, en een familie, de Futen. Ik heb het niet getalsmatig uitgezocht, maar ik zie de laatste 2 jaar in Nederland opvallend meer Torenvalken dan daarvoor. Uitsluitend het effect van een paar goede muizenjaren of is er meer aan de hand? Over de Futen weet ik nog niet zo lang dat enkele soorten ervan, nl. de Fuut en de Dodaars 2 a 3 x per jaar broeden. En dat hun broedsels op het open water in ieder geval geen last hebben van vos, zwarte kraai en reiger. Ook houdt de fuut zijn jongen op de rug als die warmte nodig heeft. Of als een snoek is waargenomen (?). De dodaars kan zijn lijf zelfs onder water laten zinken en het waargenomen gevaar in de gaten houden. Allemaal verklaringen waarom het met beide soorten relatief stabiel gaat.

Bij een ijzeren kijkhut nabij Scheerwolde, met een opgaande en neergaande trap en een toegangsdeur, met de wat raadselachtige naam Twitterhut, namen we afscheid.

Ik heb het een ontspannen en goed geleid – waarvoor dank, Yolande en Johan – weekend gevonden.

Slotbeschouwing.
Ergens dit weekend sprak ik met Yolande en Johan over de oorzaken van het lage aantal deelnemers (13). Een enquête onder de leden zou het meest betrouwbare antwoord opleveren (waarom doen we dat niet?). Y en J waren van mening dat, naast Corona, het ouder wordende ledenbestand de voornaamste reden was.
Mijn vermoeden – maar ik heb dit nergens gecheckt – is dat daarnaast drie andere zaken spelen.
1. De rode Lijst. Niemand van ons bestand zal onwetend zijn dat de rode lijst groeit. Bijzondere soorten, zoals het paapje, de gekraagde roodstaart en de grauwe vliegenvanger nemen getalsmatig af en worden dus minder makkelijk gezien. De orde der Zangvogels is in de laatste 3 decennia met 40% afgenomen in NW-Europa. Tel uit je verlies.
2. Betaalde Kijkhutten. Een fenomeen dat al jaren toeneemt en vooral voor het fotograferende lid interessant is. Concurreren zij met onze excursies en weekenden?
3. Het niveau van vooral de sanitaire voorzieningen van verblijven als de Linderij en vorig jaar in Putten. Voor de oudere man misschien niet zo belangrijk, maar de (pre)seniore vrouw is in ieder geval thuis en in hotels een (veel) hoger niveau gewend. En wil dat ook. Ik schat in dat deze weekends best was duurder mogen worden om dat verlangde niveau te halen.
Maar nogmaals, als we dit echt willen weten, moeten we een enquête uitzetten. Dik


Georganiseerd door
VWG


Meer informatie bij
Public Relations: