|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Start » Werkgroepen » Ruimtelijke Ordening » HSL | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De Hoge SnelheidsLijn (HSL)
Inleiding
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 1988 250 ha onderzocht- dichtheden per 100 ha |
|||
| kievit |
50.8 x 1
|
=
|
50.8
|
| grutto |
26.0 x 2
|
=
|
52.0
|
| tureluur |
7.2 x 3
|
=
|
21.6
|
| scholekster |
9.2 x 1
|
=
|
9.1
|
|
133.6
|
|||
| 1989 284 ha onderzocht- dichtheden per 100 ha |
|||
| kievit |
27.5 x 1
|
=
|
27.5
|
| grutto |
25.0 x 2
|
=
|
25.0
|
| tureluur |
5.5 x 3
|
=
|
5.5
|
| scholekster |
10.9 x 1
|
=
|
10.9
|
|
104.9
|
|||
| 1990 324 ha onderzocht- dichtheden per 100 ha |
|||
| kievit |
27.5 x 1
|
=
|
27.5
|
| grutto |
19.1 x 2
|
=
|
19.1
|
| tureluur |
3.1 x 3
|
=
|
9.3
|
| scholekster |
8.3 x 1
|
=
|
8.3
|
| [Bron 2] |
83.3
|
||
Er is sprake van een dalend waarderingscijfer, maar nog steeds voldoen
de gebieden elk jaar ruimschoots aan de norm (75 punten) voor het predikaat
"belangrijk weidevogelgebied".
Bovendien zijn er een aantal kolonies te vinden:
In de polders ten zuiden van de Rijn heeft de vogelstand lijden gehad van het volgende:
Het is duidelijk dat de aanleg en gebruik van een HSL verdere aantasting van dit toch al kwetsbare gebied zal zijn.
In het voorjaar van 1991 is een gebied van 25 ha. onderzocht dat door de HSL dwarsdoorsneden zal worden, als men voor tracé A zou kiezen. Het betreft de weilanden van de heren C. van den Bergh en T. Reyneveld, gelegen in de Hondsdijkse polder aan de westkant van de Mattenkade grenzend. Het weiland van dhr. van den Bergh heef t de status van "Vogelbroedterrein" d.w.z. dat dhr. van den Bergh met de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels op vrijwillige basis een overeenkomst is aangegeaan die de broedvogels op zijn weiland een grotere bescherming bieden. Hoewel niet bij het onderzoek betrokken ligt op tracé A ten noorden van de Rijn nog zo'n vogelbroedterrein, t.w. het weiland van dhr. A. Jongerbloed. De welianden van dhr. van den Bergh en dhr. Reyneveld zijn niet bij de onderzoeken van 1988, 1989 en 1990 betrokken. Ze werden voor het eerst in 1991 onderzocht. In dit gebied zijn de volgende aantallen broedvogels gevonden. Ook nu weer wordt in onderstaande tabel tegelijkertijd het waardecijfer toegekend dat te vinden is in het "Structuurschema Natuur- en Landschapsbehoud".
| 1991 25 ha onderzocht |
|||
| kievit |
42 x 1
|
=
|
42
|
| grutto |
14 x 2
|
=
|
28
|
| tureluur |
1 x 3
|
=
|
3
|
| scholekster |
11 x 1
|
=
|
11
|
|
84
|
|||
In het structuurschema (een officieel regeringsstuk) worden onder voor
ganzen belangrijke gebieden die gebieden verstaan, die van betekenis zijn
als doortrek- en overwinteringsgebied voor grote aantallen ganzen.
Dit zijn gebieden waarbinnen in de winterperiode gedurende minstens 3
weken tenminste 500 rietganzen, 1000 exemplaren van andere ganzensoorten
en/of 100 kleine of wilde zwanen aanwezig zijn. [Bron 3]
In de Oostbroekpolder, de polder Groenendijk en de Oude Groenendijkse
of Barrepolder met daarin gelegen het weidevogelreservaat "de Wilck",
komen in de winterperiode grote aantallen kleine zwanen voor. Onder de
winterperiode verstaan we de november, december, januari, februari en
maart.
Tellingen van de leden van de Vogelwerkgroep Koudekerk/Hazerswoude e.o.
leverden de volgende gemiddelde aantallen op.
De maximale aantallen van de kleine zwaan waren als volgt:
Men mag dat wanneer de gemiddelden over een hele winter zijn zoals hierboven beschreven, de aantallen kleine zwaan gedurende meer dan 3 weken groter dan 100 zijn en men dus van een voor ganzen belangrijk gebied mag spreken als men de norm van het structuurschema hanteert. [Bron 4]
Doonsnijding van dit gebied door een HSL zal zeker gevolgen hebben voor de kleine zwanen die we hier 's winters als gast mogen begroeten. Het is niet onmogelijk dat door de verstoring van een HSL en de versnippering van het gebied de kleine zwaan als wintergast uit dit voor ganzen belangrijke gebied zal verdwijnen.
In het streekplan Zuid-Holland Oost worden de Hondsdijkse en Lagenwaardse
polder, waardoor een eventuele HSL aangelegd zou worden, aangemerkt als
stiltegebied met natuur- en landschapswaarden.
Het is duidelijk dat van de natuur- en landschapswaarden en het stiltegebied
niets meer overblijft, als men zich realiseert dat de HSL op 9 meter hoogte
de Hondsdijkse polder aan de zuidkant binnenkomt. Het talud daalt vervolgens
tot 1.80 meter om na kruising met de Mattenkade weer te stijgen tot 4.50
meter. Het talud verlaat via de Ruige Kade de Lagenaardse polder aan de
noordkant. Voor de Lagenwaardse en Hondsdijkse polder, die je vanuit natuur-
en landschapsinzichten als één geheel mag beschouwen is tracé A een zwaard
dat dit gebied doormidden snijdt. Ecotunnels en andere technische fratsen
kunnen niet voorkomen dat een tweedeling van een voor natuur en landschap
belangrijk gebied plaatsvindt.
Het hart van het Groene Hart wordt gespleten! Het streekplan heeft niet
voor niets de keuze gemaakt voor stiltegebied met natuur- en landschapswaarden.
[Bron 5]
Slotconclusie: Geen tracé A, maar over de bestaande spoorlijn,
Voor de leesbaarheid is het document iets aangepast: Waar gemeente Rijneveld werd genoemd is dat vervangen door Rijnwoude.