|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Start » Werkgroepen » Ooievaarsnest | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De start van de vereniging? Een van de eerste
grote zichtbare activiteiten van de VWG twee jaar naar haar oprichting was
het plaatsen van een ooievaarsnest op de Kruiskade, voor de ruilverkaveling
en de aanleg van het spookverlaat. Aad Zevenhoven
is in de archieven gedoken. Cor Kes heeft enkele
foto's uit de oude doos beschikbaar gesteld.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
| 1 juni 2005 - De ooievaars op het nest in het
Spookverlaat treuren. Er zijn geen dode jonge vogels gevonden, mogelijk
waren de eieren niet bevrucht. |
| |
In de winter van 2005 is het stalen nest onder grote belangstelling vernieuwd. Ook van die dag en inspanning van het oprichten van het nest op 29 januari 2005 hebben we foto's en een uitgebreid verslag van .
In heel vroeger jaren schijnen in Hazerswoude wel ooievaars gebroed te hebben. Al vele jaren geleden heeft de VWG een ooievaarsnest opgericht op het eiland bij het Spookverlaat. 14 februari 1981 stond het eerste houten paalnest fier recht op.
| Leidsch
Dagblad |
Maar het duurde tot 1995 voordat een paartje ooievaars het nest zagen zitten en tot broeden kwamen. Jammer dat het in 1995 mis ging. Inmiddels was de houten paal zo kort geworden dat vervanging noodzakelijk geworden was. Zou het paar van 1995 terugkomen om een nieuw hoog nest? Op 16 maart 1996 is door leden van de vogelwerkgroep en omwonenden een geheel nieuw paalnest geplaatst. In 1996 is geen broedpoging gedaan. Het paar van 1995 kon niet terugkomen: één van de partners is in onze omgeving eind 1995 verongelukt. In 1997 volgde een tweede broedpoging van een ander paar en de verwachtingen liepen hoog op in juni 1997 met drie jongen in het nest.
Het was in het jaar 2002 voor de zesde keer dat van het ooievaarsnest jongen zijn uitgevlogen. In 1997, 1998, 1999 en 2001 zijn telkens drie jongen uitgevlogen. In 2000 is slechts 1 jong uitgevlogen, in 2002 waren er 2 jongen. Alle jongen ooievaars zijn op trek gegaan naar Noord-Afrika. Hopelijk keren zij na 3 of 4 jaar als geslachtsrijpe vogels naar ons land terug. Wat ging hier aan vooraf?
Nu het er steeds meer naar uit gaat zien dat een stel ooievaars
het op 16 maart 1996 gerestaureerde ooievaarsnest gaat bewonen, lijkt
het nuttig om wat nader in te gaan op de voorgeschiedenis van het hopelijk
tot broeden komende eiberpaar.
Het zullen niet de eerste ooievaars zijn die daar met goed gevolg hun
eieren uit broeden, een ander paar is hun in 1995 voor gegaan. Helaas
zijn toen door ijskoude slagregens hun onbevederde, nog naakte en 1 á
1,5 kilo wegende jongen door onderkoeling omgekomen. Later in het najaar
is ook één van de partners, met Belgische ring, verongelukt. De eibers
die nu aanstalten maken (434 en 763) zijn meer ervaren en hebben samen
reeds 10 jongen grootgebracht. We stellen ze even aan u voor.
De man van 1997 heeft ringnummer 434. Hij is geboren 1984 te Haastrecht, waar hij met de hand is grootgebracht, de reden waarom is onbekend. Hij is tot 1992 in Haastrecht vast gehouden en in dat jaar, tezamen met nummer 432 als vermoedelijke partner, vrijgelaten. Deze nummer 432 is later enige tijd op een kerk in Den Burg op Texel gesignaleerd. Nummer 434 was in 1992 gepaard met een niet geringd vrouwtje en zocht op een schuurtje in Vogelpark Avifauna een nestplaats. Op deze op bijna onmogelijk te bereiken plek, tussen de takken van enkele omringenden bomen, poogden zij hun nest te bouwen. Aanvankelijk lukte dat niet, maar door ingrijpen van het personeel van het vogelpark werd een nestvlonder op het dak van het schuurtje geplaatst. Op dit nest werden 3 jongen grootgebracht. In 1993 werd door 434 met een nieuwe partner, nummer 763, het zelfde nest bewoond en zijn 2 jongen groot gebracht. Van 1994 tot 1996 herhaalde zich dat, in die 4 jaar tijd hebben zij 10 jongen groot gebracht.
De vrouw van 1997 heeft ringnummer 763. Zij is geboren in 1989 in het voormalig dierenpark Wassenaar en is in 1990 en 1991 regelmatig in "Het Zwin", aan de kust tussen Nederland en België gesignaleerd. Ze was in 1991 met een onbekende partner regelmatig op een paalnest in de Keukenhof. Zij zijn daar waarschijnlijk door een paar nijlganzen verdreven. Is in 1992 regelmatig gezien in en om Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. Viel in 1993 kennelijk wel in de smaak van 434, want van 1993 t/m 1996 zijn resp. 2, 4, 2 en 2 uitgevlogen.
De jongen van 434 en 763 zijn waarschijnlijk allen op trek gegaan naar Noord-Afrika. Deze oude ooieveaars gaan niet op trek. Door jarenlange bijvoedering, al dan niet in gevangenschap, hebben ze de trekdrang verloren. Ze overwinteren in de omgeving,
Een mijlpaal in onze VWG-historie: voor het eerst werden er op het Spookverlaat-paalnest jongen vliegvlug! Allereerst overleefden ze de juni-orkaan en op 17 juli liepen ze alle drie rond in het weiland bij van der Hulst, de nachten werden vooralsnog met Ma (763) op het nest doorgebracht. Vooral de laatste twee weken waren spannend, omdat Pa Uiver (434) helaas op 2 juli langs de Hoge Rijndijk de dood vond als verkeersslachtoffer. Gelukkig wist Ma - zelfs zonder hulp - de voedselvoorziening op voldoende hoog peil te houden.
Nadat de jongen door Ma nog tot ca. half augustus zijn
gevoerd gingen zij steeds grotere zwerftochten maken. De conditie van
Ma die in die laatste weken van voedseldrachten behoorlijk achteruit gegaan
was, kwam van dag tot dag weer op hoger peil. Totdat ….. Nog steeds liep
er juist ten noorden van Hazerswoude-dorp de overgebleven partner van
het eiberpaar wat in 1995 op het paalnest tot broeden was gekomen. Die
weduwnaar, zoals later bleek, werd door op 14 september samen met weduwe
Ma, parend op het paalnest aangetroffen.
De drie jonge eibers zijn omstreeks die tijd op trek gegaan.
| Jaar | Man |
Vrouw |
Aantal uitgevlogen jongen |
| 1997 | 434 |
763 |
3 |
| 1998 | 763 |
3 |
|
| 1999 | 763 |
3 |
|
| 2000 | 763 |
1 |
|
| 2001 | 763 |
3 |
|
| 2002 | 763 |
2 |
|
| 2003 | |||
| 2004 | |||
| 2005 | 0 |
Het was in het jaar 2002 voor de zesde keer dat van het ooievaarsnest jongen zijn uitgevlogen. In 1997, 1998, 1999 en 2001 zijn telkens drie jongen uitgevlogen. In 2000 is slechts 1 jong uitgevlogen, in 2002 waren er 2 jongen. Alle jongen ooievaars zijn op trek gegaan naar Noord-Afrika.
Hopelijk keren zij na 3 of 4 jaar als geslachtsrijpe vogels naar ons land terug. We zullen nooit weten hoe het met deze 15 jongen is gegaan want geen van hen is geringd. Het nest is erg moeilijk bereikbaar.
De gegevens over de ooievaars in de "weide" omgeving van Rijnwoude zijn jarenlang verzameld door Annemieke Enters en Wim van Nee. Zij zijn het die de levenswandel van 432, 434 en 763 tot hun verschijning in het Spookverlaat hebben samengesteld.